|
29 november
- Amsterdam - Paramaribo
Het inchecken op Schiphol verliep voorspoedig. Volgens de dame bij de
incheckbalie had ik overgewicht en moest ik bijbetalen. Ik heb haar nog proberen
uit te leggen dat bij KLM je 40 euro enkele reis voor de fiets dient te betalen
en dat dit dan naast de 23 kilo bagage is. Maar ze was niet te vermurwen. Bij de
balie van de overbagage wist men er gelukkig wel van. Scheelt me weer een brief
schrijven naar de KLM.
De vliegreis verliep voorspoedig. Naast me zat een Nederlandse man die voor 3
maanden ging overwinteren in Suriname. Tijdens de vliegreis viel het me op hoe
gezellig het was. De vele Surinamers babbelden wat af onder elkaar. Verder wat
geslapen, gelezen en 2 films gekeken (Bruno en Queen Victoria). De vliegreis
ging snel. Op het vliegveld...... (het voormalige Zanderij) aangekomen begon het
juist te regenen. Er was echter maar 1 bus voor het gehele vliegtuig. Ik had
geen zin om te wachten en de regen viel ook wel mee. Na de paspoort en
visumcontrole mijn bagage opgepikt. de fietsdoos was flink beschadigd maar mijn
fiets was ok. Benieuwd of mijn pick up er zou zijn en of mijn fiets met doos er
in zou passen. Er was geen bagagedepot bij het vliegveld dus daar kon ik mijn
doos niet achterlaten. Er waren diverse taxi's van het
bedrijf..... en ze hadden gelukkig ook een grotere bus waar mijn fiets incl.
fietsdoos inpaste. Alleen was het passen en meten om hem erin te krijgen. Een
kruier hielp de chauffeur mee. Nou ja helpen. Veel deed
die niet maar wilde wel geld van me vangen. Maar die vlieger ging niet op, zeker
niet toen hij om 10 euro vroeg. Met mij ging nog een Surinaams / Nederlands
koppel uit Eindhoven mee. Zij woonden een half jaar in Suriname en dan weer in
Nederland. Ik werd als eerste afgezet tot groot ongenoegen van de mannelijke
helft van het koppel. Hij had het duidelijk helemaal gehad na de lange reis. En
toen moest ik ook nog mijn fiets en doos samen met de chauffeur over zijn hoofd
naar de deur van de bus tillen :-)
Ingecheckt in hotel Krasnapolsky bij een blanke dame die wel een Surinaams
accent had. waarschijnlijk een nazaat van de Boeren.
Groningse boeren die in.... geprobeer hebben om in Suriname voet aan de grond te
krijgen. Of misschien was ze ook wel de nazaat van een plantage-eigenaar.
Even op bed liggen dacht ik en ik werd 6 uur later weer
wakker. Toen maar doorgeslapen tot de volgende ochtend 7 uur.
30 november – Paramaribo
Lekker uitgerust en rustig ontbeten. Buffet met verschillende soorten brood,
fruit, melk, cornflakes etc etc. Goed verzorgd. Het hotel beviel dus 2 dagen
extra geboekt omdat ik nog een excursie ging maken over
de Marowijne rivier en het Amazone gebied. Gestart zou er
worden in Paramaribo. Na dit geregeld te hebben ben ik
door de stad gaan lopen. Paramaribo was leuk maar ook rommelig en vuil. Veel
houten huizen zijn in slechte staat. Als ze dit centrum goed opknappen dan
hebben ze echt goud in handen en stroomt het vol met toeristen. Maar al met al
gezellig.
's avonds lekker gegeten bij Broki aan de waterkant. Ik
dacht nog een biertje te gaan pakken vlakbij mijn hotel maar dat viel tegen.
Nadat de winkels gesloten zijn is er hier niets meer te doen. Terug naar de
waterkant had ik ook geen zin in, toen maar wat gaan lezen. 'Hoe duur is de
suiker' van Cynthia Macleod. Een roman over de plantages in Suriname in de 18e
eeuw.
1 december -
Paramaribo
Eerst fort Zeelandia bezocht. Het is mooi opgeknapt en er is een klein museum
bij over de geschiedenis van Suriname, van de prehistorie tot de huidige tijd.
Daarna begon Mijn eerste korte fietstocht door Paramaribo. Circa 25 km gefietst
over asfalt maar ook met onverharde stukken. Armoedige huizen gezien maar ook
flinke villa's. Onderweg veel irrigatie? kanalen gezien. Eentje zelfs moeten
oversteken over een paar dunne plankjes. Gelukkig werd het niet fiets
'm der in :-)
Na de fietstocht wat gaan lunchen. Hier kwam ik ook mijn buurman uit het
vliegtuig weer tegen. Samen geluncht en wat gebabbeld.
Toen weer mijn eigen weg gegaan. Mijn ansichtkaarten gaan schrijven aan de
waterkant met een lekker Parbo biertje. Afgeleid van
Amstel bier, ook het logo lijkt er wel op.
Op de achtergrond werden er kerstliedjes gedraaid. Een vreemde gewaarwording bij
een temperatuur van zo'n 32 graden. 's avonds met de taxi naar een warung
(Javaans eethuis) gereden die lag in de wijk Blauwgrond. In deze wijk wonen veel
Javanen. Heerlijk gegeten bij Mirosso. Met Ronny de taxichauffeur afgesproken
dat hij me om half 9 weer zou komen ophalen. Hij was zelfs nog iets te vroeg.
Hij vertelde honderduit over het vangen en trainen van zangvogels. Een nationale
sport in Suriname. Ronny zette me af bij 't Vat een bekend terras. Maar net als
bij Broki een hoog Nederlands gehalte. Daarom maar door gegaan naar de barretjes
aan de Waterkant waar een veel hoger Surinaams sfeertje hangt.
2 december -
Paramaribo
's morgens om half 7 opgestaan. Vandaag wilde ik per fiets langs de plantages
van Commewijne gaan rijden. Vroeger werd hier suiker, koffie, cacao verbouwd.
Eerst de drukke stad uit en langzaam maar zeker was het gedaan met het drukke
verkeer. Eerst naar Leonsberg waar ik de veerpont naar Nieuw Amsterdam zou
nemen. Ik was er sneller dan ik dacht en was de veerpont al lang voorbij voordat
ik er erg in had. Teruggereden en toch gevonden. Veerpont is dan ook een te
groot woord. Enkele mannen onder een afdakje waren aan het wachten wie ze met
hun bootjes naar de overkant konden varen. In mijn gidsje stond dat de oversteek
zo'n 35 eurocent per persoon zou kosten. Mijn schipper vroeg aan de overkant
echter 35 srd (circa 9 euro!). Ik protesteerde en zei dat kunnen die mensen hier
toch helemaal niet betalen. Maar mijn schipper hield vol , 35 srd voor de
overtocht was een normale prijs. 'Ga maar vragen bij de politiepost daar' zei
hij. Was dit bluf? Of was de politieagent misschien een vriend of familielid van
hem? Toch maar binnen gaan vragen. De vriendelijke agent vertelde me dat de
prijs 1,50 srd is maar dat is alleen als de hele boot vol zit. Hoe minder
passagiers hoe duurder de prijs. Daar kon ik inkomen maar waarom werd dit niet
zo uitgelegd? Na de 35 srd betaald te hebben reed ik verder naar Frederiksdorp.
Een goed gerestaureerd plantershuis. Ook hier weer de boot genomen. Daarna door
gereden naar Marienburg. Hier lag een grote maar vervallen suikerrietfabriek
waar de suikerriet tot bruine en witte suiker werd vermaakt en ook rum werd
gedestilleerd. Een oude Javaan (meneer Soekardi, mobiel nummer 8519239) leidde
me rond. Zijn vader was hier als contractarbeider begonnen en ook hij had nog in
deze fabriek gewerkt. De fabriek was in 1996 failliet verklaard en hier en daar
al gesloopt en onderdelen waren ook verkocht. Wat overbleef was een trieste
aanblik. Na Marienburg door naar Alkmaar waar de voormalige koffieplantage
Katwijk zou liggen. Precies de weg gevolgd die in mijn handleiding stond maar
toe kwam ik op een woonerf uit. Een jongen vertelde me dat ik gewoon de weg
moest volgen en er zou dan vanzelf een bord komen. Ik ben het nooit
tegengekomen.
Daarna door na Tamanredjo. Volgens de kaart zou plantage Peperpot hier vlakbij
moeten liggen, richting oosten. Na circa 4 km nog geen Peperpot. Zou ik er weer
langs gereden zijn? Even gevraagd bij enkele wegarbeiders. Nee ik was veel te
ver, je moet zeker 10 km terug was het antwoord. Vreemd volgens de kaart zou het
juist de andere kant op moeten liggen. Maar toen ik de handleiding goed las
bleek het inderdaad meer richting westen moeten liggen. Na een half uur kwam ik
de 'weg naar Peperpot' tegen. Eerst nog over asfalt. Nog wat kinderen onderweg
gevraag. 'ja nog even doorrijden en daarna naar links'. Na de afslag naar links
ging de weg over in een zandpad. Loslopende koeien vond ik op mijn pad. Maar
uiteindelijk, veel verder dan ik gedacht had, kwam ik eindelijk aan bij plantage
Peperpot. Gedeeltelijk vervallen maar er is zeker iets van te maken.
Teruggereden naar de grote weg (oost-west verbinding) richting Meerzorg en
Paramaribo. In Meerzorg zou ik weer een veerbootje pakken die me zou afzetten in
Paramaribo. Er is ook nog de grote en hoge Wijdenboschbrug maar volgens mijn
reisgidsje verboden voor fietsers en hij leek me ook vrij stijl. Ik was bang dat
ik dan het overige verkeer zou ophouden want meestal zijn dit soort bruggen ook
vrij smal. Ik mistte natuurlijk weer de afslag naar de veerpontjes en stond voor
de brug. Hij was breed, er was geen verbodsbord voor fietsers en de stijlheid
leek me mee te vallen. Er gingen ook veel brommers overheen. Nog aan een man
gevraagd waar ik de veerpont kon nemen maar dan moest ik inderdaad weer terug.
Waarom fiets je niet gewoon over de brug zei hij. Zo gezegd zo gedaan. Onderweg
een prima uitzicht (de brug is 52 meter hoog) over het havengebied van
Paramaribo en ik werd toegejuicht door de automobilisten. Daarna door naar het
hotel, douchen en dan op weg naar de barretjes aan de Waterkant waar je ook goed
schijnt te kunnen eten. Het eten was voortreffelijk en spotgoedkoop. Bami met
kip, rundvlees saté, een loempia, boontjes en een flesje water voor circa 6
euro. Daarna nog wat parbo biertjes gedronken en gelezen. Eten en drinken aan de
Waterkant is echt perfect. Kleurrijke locals, goede muziek, goed eten en
drinken, uitzicht op de rivier en de hoge Wijdenbosch brug die in de avond mooi
verlicht is. Het is er gezellig druk maar ook een beetje shabby. Het enige
wat jammer is dat er ook wat
zwervers en bedelaars rondhangen. Maar ook zij zijn niet echt een probleem, als
je vriendelijk nee zegt dan gaan ze gewoon weer verder.
3 december -
Paramaribo
Vandaag wilde ik per fiets naar Domburg en Waterland wat ten zuiden van
Paramaribo ligt. 's morgens bij het ontbijt lees ik dat Unesco van plan is de
binnenstad van Paramaribo van de erfgoedlijst te schrappen. Men houdt zich niet
aan de voorschriften (men wil o.a. met staal gaan restaureren i.p.v. met het
originele hout en men wil een jachthaven aan de waterkant gaan ontwikkelen).
Doodzonde als de Surinaamse regering dit zou gaan doen. Persoonlijk denk ik dat
ze met deze stad goud in handen hebben mits ze vaart gaan maken met de
restauratie. De toeristen zijn dan niet meer weg te slaan.
Mijn fietstocht van vandaag begint over een drukke weg. Er is ook een fietspad
maar de kwaliteit hiervan is slecht, vol gaten en kuilen. Oppassen geblazen!
Maar na een dikke 20 minuten wordt het al snel rustiger en fiets ik over prima
asfalt. Het is een landelijke weg met wat kleine dorpjes. Net zoals gisteren
waren er genoeg restaurantjes en kleine winkeltjes op mijn route. Onderweg kwam
ik ook nog langs de marinebasis van Boxel waar het proces plaatsvindt tegen de
verdachten van de decembermoorden. Toevallig ook deze morgen nog in de krant
gelezen. Daarna arriveer ik in Domburg. Domburg stelt op zich niet veel voor
maar heeft wel een gezellig horeca- en marktplein. Ik ontmoette daar een paar
Vlamingen waarmee ik aan de praat kwam. Zij waren aan het wachten op een
veerpontje naar Laarwijk (ook al een voormalige plantage). De boot lag er wel
maar de eigenaar maakte geen aanstalten om te vertrekken. Na een uur was er nog
geen beweging. Ik had geen zin om daarop te wachten, ook al niet omdat het
natuurlijk ook onzeker is wanneer hij weer teruggaat. Doorgefietst over de
voormalige suikerrietplantage. Nu was het helemaal herverkaveld. Veel
Hindoestanen en Javanen hier. Uiteindelijk doorgereden tot Paranam en een stuk
over de Martin LutherKing weg gereden. Een drukke weg met veel vrachtverkeer.
Gelukkig lag ernaast een soort ventweg die door de voetgangers en fietsers werd
gebruikt. Onderweg passeerde ik nog het voetbalstadion wat Clarence Seedorf hier
op familiegrond had laten bouwen. Het zag er goed uit! Via een geasfalteerde
zijweg weer naar Boxtel gereden. Onderweg nog een grote kop saotosoep (Javaanse
kippensoep met taugé en ei) gegeten. Toen door naar het hotel en daar alles
klaargemaakt voor het vertrek van morgen. 's avonds weer lekker gegeten en
gedronken aan de Waterkant. Nog wat gebabbeld met een (blanke) Amsterdammer die
nu voor de derde keer in Suriname was. Om precies te zijn hij was voor de derde
keer in Paramaribo. De stad was hij nog nooit uitgeweest. Op tijd naar bed
gegaan want ik wilde vroeg vertrekken.
4 december – Paramaribo – Moengo
Door het ontbijtbuffet toch later vertrokken dan ik van plan was. Pas om half 9
reed ik weg. Mijn fietsdoos kon ik gelukkig in het hotel achterlaten. Weer de
Wijdenboschbrug over en de eerste 10 km goed asfalt. Daarna werd het een stuk
slechter. Door gaten, kuilen, bobbels en scheuren en hierbij opgeteld de
tegenwind en de hete zon kreeg ik niet echt een goed fietsritme te pakken. De
weg naar Moengo was dan ook lang. In het begin, de eerste 50 km, waren en nog
veel dorpjes met winkeltjes en zo nu en dan een restaurantje. Na de oversteek
van de rivier de Kommewijn bij het dorpje Stolkersijver was dit ook afgelopen.
Wel was er nu meer bos en struiken langs de weg.
Bij Stolkersijver nog wat bami met kip gegeten en mijn flessen gevuld. Gelukkig
dat ik hier nog even gestopt ben. Het volgende plaatsje is Perica alleen ben ik
dit nooit echt tegengekomen. Waarschijnlijk was het te klein om op te vallen of
lag het van de weg af, te bereiken via een zandpad. Onderweg werden de huizen
steeds armoediger. Meestal van hout en soms van golfplaten. Veel negers hier en
ik had het gevoel dat hier niet veel veranderd was sinds de slavernij. Vlak voor
Moengo nog een stijl klimmetje en dan linksaf.
Moengo is een stadje wat zich ontwikkelt heeft door de bauxiet industrie. Het
leek meer op een militaire kazerne dan op een stad. De wegen zijn vrijwel
allemaal kaarsrecht en de huizen laag en redelijk modern alleen niet mooi
afgewerkt. Aan het begin van het stadje kwam ik een motel tegen, het 1234 Motel
met inderdaad 4 kamers maar ik kon niet achterhalen waar de eigenaar was. Wat
rond gereden want volgens mijn gegevens zouden er 3 hotels in Moengo moeten
liggen. Navraag gedaan bij een politieagent. Er bleek er nog maar 1 van de 3
over te zijn namelijk het YMCA Guesthouse. De kosten voor een nachtje bedroeg 50
srd (circa 12 euro). Goedkoop maar het was ook niet echt bijzonder. Op mijn
slaapkamer liep op 1 van de 3 bedden mieren en ook op de douche waren deze
vlijtige diertjes vol op aanwezig. De eigenaar, dhr
Denneboom, was aardig en verder was er een Surinaamse dame werkzaam die 35 jaar
in Nederland gewoond had en nu bijna 2 jaar terug was in Suriname. Maar het
beviel haar toch niet en ze ging eind december terug naar Nederland. 'avonds
gegeten in een Warung en toen voor de Guesthouse wat gaan zitten lezen en wat
parbo biertjes drinken. Al gauw werd het een gezellige boel.
Een vriend, Paul genaamd, van het huis kwam langs en we keuvelden over
Nederland, de slavernij. De slavernij had hem veel goeds gebracht vond Paul want
anders had die nu in Afrika gewoond en daar was het leven stukken slechter dan
in Suriname. Hij kon zich dan ook niet vinden dat veel negers in Suriname zo
anti slavernij en anti blank waren. Dan moesten ze maar terug naar Afrika gaan,
nu gaan ze zelfs massaal naar Nederland, het land van hun voormalige
onderdrukkers! De overbuurman kwam er ook bijzitten. Meneer Brunswijk, ja
inderdaad familie van. Ronnie Brunswijk was een volle neef van hem. Hij vertelde
me dat hij door de inlandse oorlog naar Frans Guyana gevlucht was en daar nog
steeds woonde. Maar hij kon Suriname niet vergeten en probeerde nu in Moengo een
winkel, bar en carwash op te zetten. Dat lukte maar ten dele omdat de gemeente
hem geen vergunning wilde afgeven. Hij wachtte al 8 maanden. Allemaal omdat hij
niet bij de juiste politieke partij zat en geen steekpenningen wilde betalen.
Paul werkte bij de gemeente van Moengo en moest het bij hem ontgelden. Daarna
ging de discussie verder over het proces van de decembermoorden. Volgens dhr.
Brunswijk was Bouterse een beest die gestraft moest worden. Hij was zeker niet
onschuldig. Paul en dhr. Denneboom waren hier fel op tegen. Er was volgens hun
niets te bewijzen en al veel te lang geleden. Pittige discussies maar tussendoor
werd ook veel gelachen een rum en bier gedronken. Om half 12 naar bed gegaan.
5 december Moengo – Albina
Vandaag zo'n 45 km rijden. De weg was, t.o.v. gisteren best goed en ook
afwisselender want ik had zo nu en dan een pittige helling er tussen. Het
terrein was groen, glooiend en vlakbij Albina waren er ook wat
zandverstuivingen. Onderweg kreeg ik regelmatig een tropische bui over me heen.
Na een paar minuten is het dan gelukkig weer droog.
In Albina aangekomen ingecheckt bij Creek Guesthouse. Het is een soort motel en
inchecken gebeurt bij restaurant de Rots (Wilhelminastraat, vlakbij een kleine
militaire kazerne en een aantal voetbalvelden). De kamer zag er netjes uit en
veel beter dan de kamer van gisteren terwijl ik maar 10 srd meer moest betalen.
Er schijnen ook nog een paar andere hotels te zijn. Morgen Saint Laurent
bezoeken. Na gedoucht te hebben naar de oever van de rivier gegaan. Het leek wel
of ik in Afrika was. Overal zwarte mensen, ranke boten die op en neer voeren van
Frans Guyana naar Suriname en visa versa. In de boten werd van alles ingeladen
tot bankstellen aan toe. Ik heb er uren naar gekeken. Het was markt en dat
maakte het extra gezellig. Telkens werd ik door bootsmannen gevraagd of ik naar
de overkant wilde.
Op de boulevard stonden busjes die naar Paramaribo reden. Een overtocht werd me
aangeboden voor 10 srd tot 20 srd. Een busje naar Paramaribo kost zo'n 50 srd.
's avonds wou ik een biertje gaan pakken en nog wat gaan eten. De Vlamingen die
in ik Domburg ontmoet had hadden me al gewaarschuwd. Zij waren ook enkele dagen
in Albina geweest en noemden het een boevenhol. Inderdaad gelijk hadden ze. het
was er donker, veel vreemde types en andere zatlappen op straat. Juist toen ik
zo iets had laat ik maar naar mijn hotel gaan want uit niemand was een zinnig
woord te krijgen kwam ik in gesprek met twee militairen die in Albina gelegerd
waren. Een van hun had ook zijn echtgenote en dochtertje bij zich. De echtgenote
werkte toevallig in het restaurant de Rots, tevens ook de eigenaar van mijn
hotel. Met deze mensen samen gedronken tot een uur of 12. We hadden eerst nog
het plan om per boot naar de Franse kant te gaan want daar was een dansfeest aan
de gang. Maar het is er niet meer van gekomen. Gesproken over Suriname,
Nederland en de slaventaal van Suriname. Die avond zo waar wat woorden geleerd.
Maar de volgende dag weer alles vergeten.
6 december Albina / Saint Laurent
de Moroni
Vandaag met een zogenaamde korjaal naar de overkant
gegaan. 10 srd heeft me de oversteek gekost. Saint Laurent is precies het
tegenover gestelde van Albina. De meeste straten zijn van goede kwaliteit, er
zijn stoepen, er lopen mensen met stokbrood over straat en er zijn mooie
monumentale koloniale huizen te bekijken. Het was even zoeken waar het oude
centrum zich bevond, die bleek uiteindelijk op circa 15 minuten lopen te liggen
vanaf de plek waar de boten hun passagiers afleverden. Daarna gewoon naar links
gaan en rechtdoor blijven lopen. Bij veel monumentale panden stond er in het
Frans en Engels uitleg over de geschiedenis en architectuur van het pand.
Natuurlijk ook de gevangenis bekeken waar de beroemde Papillon nog heeft
gezeten. Nadat ik het centrum verkent had een soepje gegeten en mineraalwater
gekocht. Europese prijzen! Toen weer terug naar de overkant en daar nog wat aan
de waterkant gezeten. Daarna bij een warung genaamd wat
gaan eten. De Javaanse eigenaar bleek 2 zonen in
Eindhoven te hebben wonen en vond het reuze interessant dat ik op de fiets was.
Hij wilde namelijk zelf ook graag met de fiets van Albina naar Nieuw Nickerie
reizen en was aan het proberen om mensen te charteren. Of hij me mocht bellen
als het zover was? vroeg hij. Dat is geen probleem natuurlijk. Voor advies ben
ik altijd te vinden, of als ik weer eens in de buurt ben rij ik graag mee :-).
's avonds wat biertjes gekocht bij een supermarkt en lekker met een boek voor
mijn hotel gaan zitten. Ik had deze keer geen zin in vreemde snuiters.
7 december Albina – Tamaredjo
Om 7.00 op weg. Het ging gemakkelijk want zoals ik had verwacht had ik de wind
in de rug. De eerste 45 km, tot Moengo, was de weg prima en ik schoot dan ook
lekker op. Daarna was de weg helaas een stuk minder maar door de wind in de rug
was het minder erg als op de heenweg. Onderweg werd ik twee keer overvallen door
een flinke, maar korte, regenbui. Tegen half 3 kwam ik bij het hotel De Plantage
aan. Een luxe plek met een 8-tal goed ingerichte huisjes, zwembad, jaccuzi,
restaurant. Verder was er een mooie tuin en liep er een pad door de jungle en
hadden ze een hoge uitkijktoren. Een aanrader maar wel in de duurdere
prijsklasse (In totaal was ik voor deze overnachting bijna 90 euro kwijt, incl.
diner en ontbijt, voor Surinaamse begrippen duur). De Nederlandse eigenaren
Pieter en Peter hadden het goed voor elkaar. 's avonds wat anders gegeten dan
Surinaamse hap. Ook wel weer eens lekker. Overigens zijn er in Tamaredjo ook
andere hotels aanwezig.
8 december Tamaredjo – Groningen
's Morgens om 8.00 vertrokken. Het zou niet zo'n lange
rit worden. Het ontbijt was officieel pas om half 9. Maar dat was me toch te
laat en ik had de avond ervoor al mijn ontbijt meegekregen. De wind zat nog
steeds goed en ik was al snel weer in Paramaribo. Nu de weg richting Groningen
vinden. Ook die had ik al snel gevonden. Het was maar goed dat ik al wat dagen
in Paramaribo was geweest. Paramaribo uitrijdend raakte ik toch een klein beetje
de weg kwijt. Er zijn dan ook vrijwel geen wegwijzers in Suriname. Met wat
vragen kwam ik toch op de goede weg. Een van mijn helpers vertelde me dat hij
eigenlijk uit Nederland kwam en 10 jaar geleden was afgekeurd en nu lekker met
zijn uitkering van 2000 euro in Suriname woonde. Ik heb maar niet naar zijn naam
gevraagd :-).
Nadat ik Paramaribo uit was werd het al snel rustiger. Ook de kwaliteit van de
weg was goed (en bleef goed) Ik had er voor gekozen om naar Groningen te
rijden via Uitkijk en Hamburg. Dat is niet de hoofdweg naar Nieuw Nickerie.
Onderweg raakte ik ook weer de weg kwijt maar door een aardige Hindoestaanse
winkeldame kwam ik weer op het goede pad. Bij de brug moet je maar een bootje
vragen zei ze. Dat snapte ik niet helemaal maar ik dacht dat zal wel. Vlak voor
de brug nog even wat voedsel ingeslagen en kwam ik in gesprek met een aantal
Hindoestanen. Ook zij vertelden me dat de brug kapot was maar dat ik er wel als
voetganger op kan. Even later bij de brug aangekomen zag ik dat deze geen oprit
meer had. Hoe krijg ik daar nou mijn fiets met bepakking op? Gelukkig was er een
smal en stijl trapje. Dat was nog een hele klus om mijn fiets met bagage op de
brug te krijgen. Aan de andere kant kon ik er gelukkig gemakkelijk van afrijden.
Ik was juist de brug over toen ik werd overvallen door een korte tropische bui.
Vlakvoor Groningen kreeg ik weer een hoosbui over me heen. Deze duurde ook
langer en ik koelde ook wel af. Normaal was zo'n buitje juist lekker.
In Groningen kon ik zo snel het hotel niet vinden maar het moest er wel zijn.
Ook hier weinig bordjes want later bleek ik er al langs gereden te zijn. Even
bij het politiebureau binnengewipt om naar een hotel te vragen. Die liepen
meteen met 2 man met me naar buiten om me de weg te wijzen. Bij het hotel
aangekomen kon ik de receptie in eerste instantie niet vinden. Uiteindelijk toch
gevonden en er was plaats. Kosten 100 srd. Daarna even het centrum van Groningen
gaan bekijken. Dan ben je zo uitgekeken ;-) Naast het politiebureau met een
aantal oude kanonnen van het voormalig fort Groningen, het mooie theehuisjes
lang de rivier, een 6-tal monumenten (afschaffing slavernij, onafhankelijkheid
Suriname, aankomst van Javanen, aankomst van Hindoestanen, aankomst van boeren
uit Groningen (vandaar de naam) en Gelderland en een monument van de
binnenlandse oorlog) was er niet veel te zien. Wel een leuke warung aan de oever
van de rivier waar ik 's avonds heerlijk gegeten heb en in
gesprek kwam met een Zwitserse die perfect Nederlands sprak en haar hart had
verloren aan Suriname. Zij woonde er nu vijf jaar.
9 december Groningen – Totness
's Morgens op tijd vertrokken, om half 8 zat ik op de
fiets. De weg was goed en met de wind in de rug liep het lekker. In het begin
had ik niet echt het gevoeld dat ik goed zat want lang niet alles stond
aangegeven. Als je plaatsjes in Suriname inrijdt is niet altijd duidelijk waar
je precies bent, de naam van een school wil nogal eens helpen. Het is wel een
internationaal gebied hier. Binnen 2 dagen heb ik de volgende 'steden' bezocht;
Groningen, Hamburg en ook Calcutta lag vlakbij :-). Volgens mijn kaart moest ik
de volgende rivier over met een ferry. Maar ondertussen
lag er al een grote brug. De kaart eens nader bestudeerd of ik een jaartal kon
vinden maar slim als die uitgevers zijn zetten ze dat er niet op.
Na Calcutta werd de weg stiller en stiller. Hier en daar stond nog wel een
huisje maar dorpjes en winkels lagen er niet meer. Het werd ook goed heet en er
was weinig schaduw. Een aantal kilometer voor Totness zag ik een sluis met een
dakje. Daar kon ik tenminste in de schaduw mijn lunch gebruiken. Juist op dat
moment werd er een baggermachine afgeleverd en ik kwam in gesprek met een neger
die meteen hoorde dat ik van Limburg kwam. 'Heerlen misschien?' zei hij. Toen ik
daarop een positief antwoord gaf
bleek dat hij jaren in Heerlerheide gewoond had en een vriendin had gehad in
Vaals. Maar eigenlijk was hij Rotterdammer. Hij was bezig met het opzetten van
een vakantiepark met huisjes, een bar / discotheek en een truckerscafé. Hij was
al een aantal maanden bezig om zijn stuk land begaanbaar te maken, want alles
naast de weg was water of moeras. 3000 vrachtwagens grond had hij al laten
storten. Pitstop zou zijn project gaan heten, ik moest over een aantal jaren
maar eens terugkomen. Ik ben benieuwd want er moest nog veel gebeuren. In
Totness aangekomen bleek het zgn. staatslogeerhuis, een groot houten koloniaal
huis, gesloten te zijn. Ook het andere hotel wat in mijn reisgids stond, Totness
Palace, bleek gesloten. Het telefoonnummer van Totness Palace gebelt en een
vriendelijk dame gaf aan dat ze vol waren en bezig waren met een verbouwing,
Wel wist ze nog een andere plek, hotel Par-Cor (tel. 0235 195 of 0235175). Daar
was gelukkig plaats.
Het hotel was in principe bedoelt voor arbeiders die in de buurt kwamen werken.
Er luxe was het dan ook niet en de kamers waren vrij bedompt maar wel
insectenvrij. Het hotel ligt 10 minuten lopen van het 'centrum' van Totness.
Rijden tot het Staatslogeerhuis en dan meteen linksaf, voor de sluis, en dan de
2e straat (commissarisstraat) links in en dan ligt het meteen aan de
rechterkant. De vriendelijke beheerder, een Javaan, stond me al op te wachten.
Na gedoucht te hebben even het dorpje bekeken. Zowel aan het begin als het eind
stonden er een aantal koloniale witte houten woningen en kerkjes. Verder zijn de
huisjes vrij vervallen. Totness en de plaatsjes erom heen heeft een voornamelijk
zwarte bevolking. 's avonds gegeten bij Kathy's bar. Hier en daar werden
rookpotten tegen de muggen aangestoken. Ik vroeg me af wat prettiger was, in de
rook zitten of gestoken worden door een mug. De muggen waren fel en staken zelfs
door mijn t-shirt heen. Vroeg naar mijn hotel teruggekeerd en wat met de
beheerder gesproken onder het genot van een paar djoko's (flessen) Parbo. De
binnenlandse oorlog kwam weer tersprake. Mijn gesprekspartner was toen
dienstplichtige en heeft toen in gevechtssituaties gezeten en zelfs jongens uit
zijn eigen peloton moeten begraven. Ook het aids probleem kwam die avond ter
sprake. Volgens veel Surinaamse mannen, tenminste volgens mijn gesprekspartner,
kreeg je alleen aids als je klaar kwam in een vrouw. M.a.w. je kunt rustig
zonder condoom neuken als je maar niet klaarkomt. Tja als inderdaad veel
Surinamers zo denken dan is het wel logisch dat het land een aidsprobleem heeft.
Mijn gesprekspartner geloofde overigens deze theorie niet maar had wel een goede
vriend door aids verloren. Die goede vriend was erg overtuigd van deze theorie.
Hoeveel mensen zou hij niet meegenomen hebben in zijn graf? Mijn gesprekspartner
kwam oorspronkelijk uit Nieuw Nickerie en zijn familie woonde daar ook. Toen hij
hoorde dat ik naar Nieuw Nickerie ging, belde hij meteen zijn zwager met de
vraag of hij mij kon rondleiden. Ik kreeg het telefoonnummer van de beste man en
moest hem bellen als ik in Nieuw Nickerie aankwam. We keuvelden nog wat door
over zijn familie en zijn bijvrouw, iets wat veel Surinaamse mannen mij over
vertellen, en hij kende in Totness ook nog een leuke Javaanse vrouw voor mij. Of
dit niets voor mij was? Zij lag in scheiding en zocht een nieuwe echtgenoot :-)
Toch maar voor bedankt. En ze kon goed koken! zei mijn gesprekspartner. Tja dan
gaan de twijfels natuurlijk toch weer opspelen :-)
10 december Totness – Nieuw
Nickerie
Het ging lekker snel en binnen 2,5 uur was ik in Wageningen. Wageningen was zo
genoemd omdat de landbouw Hogeschool Wageningen hier de rijstteelt had opgezet.
Toentertijd revolutionair maar tegenwoordig loopt het niet meer zo lekker in
Wageningen. Op het 'pleintje' van Wageningen aangekomen werd ik meteen gewenkt
door enkele oudere Hindoestanen die graag een babbeltje met me wilde maken. Het
was 10:15 en de heren zaten al aan de wodka :-). Ik kreeg meteen een stoel
aangeboden en het werd een gezellig half uurtje. Gebabbeld over de rijstteelt
natuurlijk. Volgens hun was de regering aan alles schuld en werd er in Suriname
onvoldoende gewerkt. Daarom was de hele rijstteelt in Suriname, en in het
bijzonder in Wageningen, naar de klote. Toevallig kwam het gesprek over de
Surinamer uit Heerlerheide, die ik de vorige dag ontmoet had. Ik vertelde over
zijn project. 'Hij is toch geen neger?' vroeg een van de Hindoestanen. Toen ik
dat bevestigend beantwoorde waren al mijn gesprekspartners er van overtuigd dat
het dan niets zou worden. Dit hadden ze al te vaak gezien. Negers kunnen dit
gewoon niet. Ondanks dat de verschillende religies en bevolkingsgroepen in
Suriname goed samenleven proef je hier en daar toch wel discriminatie en
standverschillen. De Hindoestanen staan hoog op de ladder in Suriname. Afscheid
genomen en mijn fietsreis vervolgt. In Klein Hernan kwam ik een markante ijzeren
brug tegen. Doordat het wegdek bestond uit een ijzeren rooster was deze voor mij
moeilijk te befietsen. Vlug daarna werd het asfalt van de weg vervangen door
stenen die bij ons voornamelijk gebruikt worden voor opritten. Niet echt prettig
fietsen omdat ze schots en scheef lagen. Dit zou bijna tot Nieuw Nickerie zo
blijven. Onderweg door een aantal hoosbuien nat geregend en wat erger is mijn
iphone had water gevat en begon eerst verschrikkelijk te zoemen en warm te
worden en daarna niets meer. Einde oefening. Waarom had ik die ook niet, zoals
altijd, opgeborgen in mijn stuurtas? Dom dom dom.
In Nieuw Nickerie al snel een hotel gevonden. Hotel Pak
Hap, een goed middenklasse hotel voor circa 45 euro per nacht. 'S avonds lekker
gegeten in het chinees restaurant van het hotel. Wandelend door de stad kreeg ik
echter flinke buikkrampen. Dat zal niet van het restaurant Pak Hap geweest zijn.
Ik had al enkele dagen wat last van buikpijn. Waarschijnlijk door de hitte, het
vele water drinken en het fietsen. Die avond kwam het niet meer goed en op tijd
naar bed gegaan. Jammer ik had graag het nachtleven van Nieuw Nickerie verkend.
11 december Nieuw Nickerie
De buikkrampen waren er niet beter op geworden. Ik wilde graag per boot naar
Bigi Pan, een natuurreservaat. Maar dit kon niet doorgaan omdat de waterstand te
laag was, sterker nog het reservaat was uitgedroogd. Als alternatief was er een
boottocht over de Nickerie rivier. Een mooie tocht waar de deskundige schipper
me weest op allerlei soorten vogels zoals reigers, visarenden en rode ibissen
maar ook een aantal kaaimannen kreeg ik te zien. Al met al een mooie tocht. Mijn
schipper had me liever in Bigi Pan rondgeleid want dat was veel beter volgens
hem. Ook de rijstteelt had veel te leiden door de droogte. Maar goed ook deze
tocht was de moeite waard. De chauffeur die me ook had opgehaald en naar de boot
bracht had gewacht in het huis van de schipper. Net zoals op de heenweg schold
hij op alles in en over het verkeer. Suriname had al 106 verkeersdoden dit jaar
vertelde hij me. Volgens hem omdat de wegen te smal waren (en dat klopt), de
vele brommertjes, loslopende honden en eventueel ander vee, te hard rijden en
chauffeurs die geen rijbewijs hebben. Hij zelf hield zich precies aan de regels
en aan de snelheid die je mocht rijden. En inderdaad zijn teller stond dan ook
precies op 50, 40 of 20 km al naar gelang hoe hard je mocht rijden. Een verkeerd
geparkeerde auto werd onderweg ook hard veroordeeld, 'deze auto moet 12 meter
van de hoek geparkeerd staan' zei mijn chauffeur. Ja deze man kende de
verkeersregels :-). Afgeleverd bij het hotel moest ik, volgens hem, ook nog de
taxi betalen. Vreemd ik dacht dat dit bij de tour hoorde. Hij vroeg precies
hetzelfde bedrag als de fooi die ik aan de schipper gegeven had. Toeval? ;-) De
goeie man het gevraagde maar gegeven.
's middags een beetje door Nickerie gelopen maar alle winkels, behalve de
winkels beheerd door de chinezen, waren dicht. Niet veel te beleven dus en al
snel bij een barretje neergestreken en daar wat gelezen en gedronken. 's avonds
chinees gegeten en daarna nog wat gedronken in bar 'The viking', een leuke
sportbar waar druk gebiljart werd. Ik kwam aan de praat met een Surinamer, ook
regelmatig woonachtig in Den Haag omdat daar zijn vrouw en dochters woonden.
Maar hier in Nickerie was hij fotograaf en in Nederland kluste hij wat zwart
bij. Een van zijn vrienden had me onderweg zien fietsen. Het is een klein
wereldje.
12 december – Nieuw Nickerie
' s morgens voelde ik me al veel beter en besloot de markt te gaan bekijken.
Kruiden, groenten, fruit, verschillende soorten vlees en vis werden naast
gebruiksartikelen uitgestald. Na een tijdje over de markt gezworven te hebben
heb ik een taxi genomen naar de zeedijk waar boten naar Brits Guyana aanmeerden.
Raoul was mijn taxichauffeur. Hij leek een beetje op een rapper met zijn gouden
ketting en zijn petje schuin op zijn hoofd. Onderweg vertelde hij me over zijn
Amerikaanse vriendin uit Orlando, volgend jaar zou hij gaan proberen om in
Amerika te gaan wonen want dan was ze afgestudeerd. Maar ook hier stond hij niet
droog zij hij met een grijns.
De boten naar Brits Guayana waren anders gebouwd dan die van Albina, ze hadden
een grotere buitenboordmotor, geen afdak en zagen er met hun hoge boeg
zeewaardiger uit. Dat moest ook wel want de overtoch lag vlakbij de Atlantische
oceaan en was een stuk langer dan bij Albina. Een overtoch kostte 30 srd (circa
8 euro) enkele reis. Er waren ook maar een paar boten. Zodra een bootje aankwam
werd die omringd door taxichauffeurs die mensen naar de stad wilden brengen. Ook
hier weer een levendig tafereel. Nog even over dijk gelopen die Nickerie moest
beschermen tegen de zee en toen weer met Raoul terug naar de stad. Of eigenlijk
moet ik schrijven naar Nieuw Nickerie want als je stad zegt dan bedoelen ze in
Suriname Paramaribo. Het was alweer na twaalfen en de meeste winkels waren dicht
en het centrum vrij uitgestorven. Een beetje door de stad gedwaald en er was nog
een Hindoestaanse kapper open, een knipbeurt had ik toch
nog nodig. Het was vooral veel tondeuse werk en hij had zich het vak zelf
geleerd al was er volgens hem wel een kappersschool in Suriname. Ondertussen
vertelde hij me wat over de stad en waar het 's middags en 's avonds nog
gezellig kon zijn. O.a. discotheek Zeppelin en een bar bij hem om de hoek.
Ondanks geen scholing voor het kappersvak was ik over het resultaat tevreden. De
kosten bedroegen 10 srd. Daarna maar de bar bezocht die hij me had aanbevolen.
's avonds gaan eten bij hotel Residence, het duurste hotel van de stad, omdat
zij een internationale kaart hebben. De kwaliteit vond ik tegen vallen. Een
beetje op tijd naar bed gegaan want de volgende dag wilde ik terug naar Totness.
13 december – Nieuw Nickerie –
Totness
De eerste 20 km een andere weg genomen (richting Paradijs). Deze was goed
geasfalteerd en een leuke weg om te fietsen omdat die liep door kleine dorpjes
die voornamelijk door Javanen bewoond werden. De tegenwind viel me mee, ik had
het erger verwacht. Maar na de brug van Nieuw Hernan werd het een open
polderlandschap en had de wind vrij spel. Het ging dan ook een stuk langzamer.
Maar na anderhalf uur fietsen kwam er weer meer begroeiing en liep het weer een
stuk gemakkelijker. Vlak voor Totness nog was fruit gekocht bij een van de vele
stalletjes en daarna mijn hotel opgezocht. Na een douche een heerlijke siesta en
toen wat gaan eten en drinken. In de bar kwam ik in gesprek met een paar locals,
een gezellige avond waar de rum rijkelijk vloeide. Een van de mannen, een boer
van 70 met 27 koeien, dronk een soort cognac (90% alcohol) uit Marienburg
aangelengd met ijs en een alcholisch drankje van 21 %. Daar heb ik me maar niet
aan gewaagd. Aan het eind van de avond had hij zijn flessen leeg :-).
14 december Totness – Groningen
's morgens toch enigszins met een houten kop opgestaan. Ik had de rum dacht ik
goed verdund maar waarschijnlijk toch niet genoeg. Van de hotelbeheerder kreeg
ik nog een zak met suikerriet mee. Dat had hij me inderdaad beloofd. Ik dacht
dat die een stuk suikerriet bedoeld maar het was ik schatte het ongeveer op 2
kilo :-). Maar goed een cadeau kun je natuurlijk niet weigeren. De tegenwind was
behoorlijk sterk vandaag, zeker na de eerste helft van de etappe. Door de
tegenwind in combinatie met de hete zon en zo nu en dan een slecht wegdek schoot
ik niet echt op. Zo'n 15 km voor Groningen zag ik een bekende uit een winkel
komen geschoten. 'Hey' riep hij en
het bleek een van de mannen te zijn waarmee ik gisteravond rum had gedronken.
Hij bleek chauffeur te zijn en moest was dingen afleveren. De wereld is klein.
Afscheid van hem genomen en op naar het hotel waar ik al eerder verbleef. Maar
de receptie was dicht. Shit dacht ik dat wordt doorfietsen naar Paramaribo, zo'n
45 km verder op. Gelukkig vond ik na enig zoeken op het complex een man, die er
volgens mij niet werkte maar er ook een huis huurde. Hij kon mij gelukkig
inchecken. Eerst pinnen want ik had na het betalen van het hotel 25,50 srd op
zak. Ik wist dat er een pinautomaat in het dorpje was maar mijn kaarten werden
niet geaccepteerd. M.a.w. dat wordt zuinig aandoen vanavond. 's avonds op zoek
naar een restaurantje maar dat lukte niet. Alle restaurantjes die ik vond waren
dicht of waren door hun voorraad heen. Dan maar naar de supermarkt. Vrijwel al
mijn geld in de supermarkt achtergelaten voor het diner en ontbijt. Lekker
gelezen op het pleintje voor mijn hotelkamer.
15 december Groningen – Paramaribo
Vandaag een korte rit. Na de eerste helft werd het een stuk drukker en natter.
regelmatig kreeg ik een bui. Maar er was meer bebouwing en ik had daarom de kans
om te schuilen. Onderweg weer vriendelijke mensen die me succes of een goede
reis wensten. Er was nog plaats in Krasnapolsky (ik was 2 dagen eerder in
Paramaribo dan gepland omdat ik geen accommodatie kon krijgen in de buurt van
Colacreek en Brownsberg, alles was namelijk in die periode gereserveerd door
groepen). 's Middags voor de volgende dag een historische plantagetour geboekt
van 1 dag met het schip Sweet Marovia, de eigenaresse is de schrijfster Cyntia
McLeod. Daarna op het terras gezeten naast het hotel. De bediening was zelfs
voor Surinaams begrippen traag en mijn tweede bestelling heb ik zelfs na 2 keer
aandringen nooit ontvangen, terwijl ik er toch zo'n anderhalf uur gezeten heb!
Maar wel heerlijk naar de mensen gekeken, een top locatie! 's avonds nog naar de
Nederlandse tv gekeken. In Friesland was men al aan het schaatsen.
16 december – Paramaribo
Om kwart voor 8 zou de boot vertrekken dus op tijd opgestaan. Na het ontbijt met
een taxi naar de pier gereden die toch wel een eindje van het hotel lag. Het was
een gemêleerd gezelschap van Nederlanders en Nederlandse Surinamers. Er was
genoeg aanspraak en onze gids Sylvia was deskundig en kon veel vertellen over de
plantages, de slavernij en over de Hindoestaanse en Javaanse contractarbeiders
die later de slaven gingen vervangen. Een mooie rustige tour waar we de
plantages 'Rust en Werk' en Frederiksdorp gingen bezoeken. Onderweg kwamen we
ook nog langs de luxe villa van Desi Bouterse. Tijdens de tocht was er ook
voldoende eten (broodjes en zelfs een warme hap) en te drinken. Verschillende
Surinaamse dames zongen oude kinderliedjes die men nog op school had geleerd. De
hele dag op de boot geweest en na afloop nog met wat mensen wat gaan drinken bij
Broki. Om 10 uur 's avonds begon ik al met mijn ogen te knipperen. Ik had mijn
siësta gemist en om half 11 lag ik er dan ook in.
17 december – Paramaribo
Na het ontbijt gecheckt of mijn fietsdoos er nog stond en die was gelukkig nog
steeds aanwezig. Meteen maar wat reparatie werk gedaan met de tape die ik
gekocht had. De man die verantwoordelijk was voor het bagagedepot vond het maar
grappig wat een toerist met zo'n oude en deels beschadigde doos moest. Ik had
eerst nog het plan om wat te gaan fietsen maar het leek me een regenachtige dag
te worden. Mijn vermoeden bleek juist. De hele ochtend en voormiddag regende
het regelmatig. Tijdens het repareren van de doos, in de chique hotellobby, trek
je natuurlijk de aandacht en kwam ik nog in gesprek met een man die ook alleen
reisde en ook al heel wat van de wereld gezien had. Na de reparatie nog wat
gaan winkelen. Ik wilde nog wat shirts met lange mouwen kopen en wat extra deet
voor aanstaande zaterdag als ik een 5-daagse jungle safari ging ondernemen. 2
La Coste blousjes gescoord voor 25
euro, dat zullen wel geen echte zijn ;-) en ook nog een nieuw boek (de vrije
negerin Elisabeth van Cynthia Mcleod) gekocht bij boekhandel Vaco . Nog even de
markt bezocht en daarna op een overdekt terras gezeten, geschuild voor de
regenbuien die regelmatig kwamen opzetten en naar de mensen gekeken.
's avonds weer lekker eenvoudig gegeten aan de Waterkant en op tijd naar bed
gegaan. De volgende dag zou ik namelijk op een 5 daagse jungle safari gaan.
18 december – Paramaribo
- Drietabbetje
'Een wereld van verschil in één
tour! Vliegen, varen, wandelen en klimmen. Geef uw ogen de kost en geniet van de
natuur. We komen langs verschillende gigantische stroomversnellingen, bewandelen
het machtige Amazoneregenwoud en beklimmen tot slot de 374 meter hoge Tebutop.
Op deze voor Indianen heilige top heeft u een prachtig uitzicht op het groene
bladerdak van de ‘longen van de wereld’. We maken kennis met de verschillende
culturen en leefwijzen in Marron- en Indianendorpen en nemen een duik in de
wereld van de rivier.' Zo stond het op de website van de
organiserende organisatie. Ik ben benieuwd dus.
Deze morgen vlieg ik vanaf vliegveld Zorg en Hoop in
Paramaribo binnen een uur naar Drietabbetje, de
residentie van het grootopperhoofd der Aucaners. Op het
vliegveld maak ik kennis met mijn mede reizigers. Ik was op tijd op het
vliegveld maar daar moest ik natuurlijk vooral lang wachten. Ik en mijn
medereizigers mochten wachten in de airco gekoelde vip ruimte. De overige
reizigers moesten in de normale ruimte wachten. Verschil moet er zijn :-). Maar
na circa drie uur wachten ging we toch op pad. Na een voorspoedige vlucht kwamen
we aan in Drietabbetje. Drietabbetje, gelegen aan de
Tapanahonyrivier, is het op een na de grootste
Aucaanse dorp. Hier maken we
vluchtig kennis met de cultuur van de Marrons.
In de plaatselijke supermarkt kochten we een fles rum die we
straks moesten afgeven aan de kapitein van de Aucaners. Daarna lekker lunchen en
dan op weg. Naast de toeristen bestaat de groep uit 2 gidsen, 2 bootsmannen en
een beschonken kok.
Na de lunch gaan we met 2 boten op weg naar onze eerste stop. Toch nog een
vaartocht van zo'n 5 uur. We kwamen juist voor het donker binnen. De hangmatten
werden opgehangen in een eenvoudige slaaphut. Verder was er een barretje waar
wat gedronken kon worden. Na het eten nog wat drinken en dan de hangmat aan. Dat
viel tegen voor zo'n eerste keer en bij een toiletgang 's nacht ben ik er ook
nog uitgeflikkert :-)
19 december –
Drietabbetje - Apetina
’s morgensvroeg vertrekken we richting Apetina. Over
verschillende sula’s (stroomversnellingen) hebben wij
onze boot moeten slepen omdat we niet tegen de stroom opkonden
of doordat het water nog te laag stond. Deze beleving zult u nooit meer
vergeten. Na verschillende sula’s te hebben gehad stoppen wij bij Granbori, het
laatste bosnegerdorp. Hier leven mensen nog op zeer traditionele wijze. Uit
traditie overhandigen wij de dorpskapitein een fles rum. Hij zal ons toestemming
geven verder te reizen en onze reis een zegen geven. Ingezegend en wel reizen
wij na de lunch verder richting Tutu Kampoe, waar we kennis maken met de eerste
groep indianen. Omdat deze indianendorpen moeilijk bereikbaar zijn leven deze
mensen bijna geheel zelfvoorzienend. Na deze kennismaking varen wij verder
richting Punsula, de grootste Sula op onze tocht. Onderweg begon
het flink te regenen. Het werd zelfs behoorlijk koud in de boot.
Een groep van ons moest de boot naar de andere kant van
de stroomversnelling trekken. Na deze beleving is het nog maar een
kwartiertje varen naar Apetina. We kwamen weer laat in
Apetina aan. Koud, moe en nat hingen we onze hangmatten weer op.
De overnachting vond plaats in een authentieke hut
op palen.
20 december –
Apetina en de Tebutop
’s Morgens maak ik een
dorpswandeling door Apetina. Daarna gingen we met de boot op
richting de Tebutop. Eerst kregen we door een Indiaanse
gids uitleg over de jungle en de planten die handig zijn om er te overleven.
Daarna volgde de beklimming van de Tebutop. Deze
beklimming van de 374 meter hoge, heilige berg
zou zo’n tweeënhalf uur in beslag nemen.
Het was een kale, stijle granietrots. De
beklimming is een zware bevalling, want het is niet
alleen stijl maar ook vrijwel geen houvast. Gevaarlijk
dus. Tijdens de beklimming werden de wolken donkerder en donkerder. Misschien
dat het zou gaan regenen en dan wordt het linke soep. We zouden gewoon van de
berg afglijden. De meeste van onze groep had het sowieso al snel gezien. De
overblijvers genoten nog even van het adembenemende uitzicht over
een bijna paradijselijk stuk regenwoud. Maar onze gids maande
ons op te schieten. Na de afdaling kwam er natuurlijk
geen regen. We gingen lunchen op een strandje en daarna lekker zwemmen.
21 december –
Apetina - Drietabbetje
In Apetina kregen we na het ontbijt nog de mogelijkheid
om leuke souvenirs te kopen die de lokale bevolking ons
aanbood. Op de terugweg richting Drietabbetje moesten
wij de boot weer slepen over de Punsula en steken we nog enkele prachtige andere
stroomversnellingen over. Onderweg gingen we nog een
goudzoekersdorp bezoeken. In Drietabbetje overnachten wij in hangmat met
klamboe in een hut met een prachtig uitzicht op de rivier. De
gids had echter een probleem. Hij had geen geld meer om eten te kopen. Toen
hebben we zelf maar eten ingekocht in het dorp.
22 december –
Drietabbetje - Paramaribo
Na het ontbijt (wat we ook zelf hebben moeten kopen) kregen
we een rondleiding door het dorp. Tegen 11 uur zouden we
terugvliegen. Maar we vlogen pas tegen drieën. Er was namelijk niet voor ons
gereserveerd en in de eerste vliegtuigen was geen plaats. Rond het
middaguur vlogen we eindelijk terug richting vliegveld
Zorg en Hoop te Paramaribo. We hadden het voorlaatste vliegtuig
van die dag. We genoten nog even van het schitterende uitzicht.
De gids zette me af bij hotel Krasnapolsky. Ondertussen was ik daar een bekende
verschijning en de receptionist verwelkomde me dan ook hartelijk.
24
/ 25 december – Paramaribo - Amsterdam
Het was 's morgens nog een heel karwei om
een taxi te vinden die ook mijn fiets wilde en vooral kon vervoeren. Met hulp
van de receptionist is dat goed gelukt. Je dient in Parmaribo op tijd op het
vliegveld te zijn omdat de incheckbalies daar vroeger sluiten. M.a.w. niet 2 uur
voor vertrek aanwezig zijn maar zo'n vier uur. Het vliegtuig was grotendeels
leeg en ik kon dan ook lekker languit liggen. Heerlijk geslapen en voordat ik
het wist landde ik op Schiphol. Sodemieters wat was het koud in Nederland.
|