Bookmark and Share

Home Sitemap

 

 

 
 

Loading


Home
  Wie ben ik?
  Mijn hobby's
  Reisverslagen
  Curriculum Vitae
    Blog
  Links


       Volg mij op:

     Facebook LinkedIn Twitter Blogger Flickr Blog RSS Hyves Delicious
Reisverslag Washington State

Het reisverslag
 

 

Verder naar de foto's »

 
 

27 juni – Amsterdam – Seattle
Twee uur van tevoren stond ik in de lange incheckrij op Schiphol. Mijn fiets had ik de vorige dag al ingepakt. Het schoot niet echt op en ik verwenste mezelf al dat ik niet wat eerder naar Schiphol was gegaan. 1 min 40 voordat de officiële incheck sloot kon ik mijn bagage afleveren. Ik moest ook nog bijbetalen!Ik dacht toch echt dat men tegen me verteld had dat ik 2 stuks bagage van 23 kilo mocht meenemen. Maar er was geen tijd om hierover te discussiëren. Dat zoek ik later wel uit. Omdat ik de vorige avond, of was het dezelfde dag, want tegen 4:30 rolde ik pas in mijn bed, flink op stap was geweest heb ik in het vliegtuig veel geslapen. Dan schiet de vlucht wel lekker op. Verder nog de film 'Milk' met Sean Penn gekeken. In Seattle aangekomen ging de controle gelukkig snel en ook mijn plunjebaal kwam als een van de eerste van de band. Gelukkig die had in ieder geval het vliegtuig gehaald. Dan zal de fiets het ook wel gehaald hebben. Het duurde wel wat lang maar inderdaad ook die had het gehaald. De doos was natuurlijk geopend ter controle. Toch mocht ik de fiets niet meteen meenemen want die paste niet in het treintje die me naar de uitgang zou brengen zei men. Ik zou de fiets kunnen ophalen bij het bagagekantoor van Delta. Daar aangekomen was de fiets nog niet gearriveerd. En ook Dave Rider, mijn fietsmaat van 12 jaar geleden, zag ik niet. Zou hij in de file staan? De man van het bagagekantoor was gelukkig erg servicegericht en belde meteen om te achterhalen waar mijn fiets bleef.  Over 5 minuten brengen ze hem zei hij. Het werden er zeker 35 en in die tijd pleegde hij zeker nog 2 telefoontjes voor me. Naderhand bleek dat de fietsdoos was vast komen te zitten in de radar :-) Voortaan een kleinere doos nemen dan de fietsdoos van KLM. Op veel luchthavens is die fietsdoos sowieso een probleem omdat die lastig te vervoeren is. Ondertussen belde Lisa, de vrouw van Dave. Dave stond met zijn twee zoontjes voor de luchthaven met een VW bestelbus maar kon me telefonisch niet bereiken. Uiteindelijk bleek dat je niet moest bellen met 0031 maar met +31. Ik vond ze gelukkig gemakkelijk. Na alles ingeladen te hebben gingen we op weg. Er was een marathon gaande in Seattle en dat betekende dat we de Highway niet konden gebruiken. M.a.w. we stonden anderhalf uur in de file. We hadden genoeg tijd om bij te kletsen en ondertussen de skyline van Seattle te bewonderen. Eindelijk aangekomen en kennis gemaakt met Lisa, de vrouw van Dave. Eerst lunchen en dat waren natuurlijk hamburgers maar dan wel homemade. Daarna wat in de tuin gezeten en de bekisting van de nieuwe tuinmuur bekeken. Het was een vrijstaand wit houten huis met die typische Amerikaanse indeling namelijk geen hal. Je komt meteen binnen in de keuken of woonkamer. Tegen de avond samen met Dave en Lisa een wandeling langs het strand gaan maken en nog ergens een paar biertjes + wat gaan eten. Het was een lange dag en om half 10 toch al naar mijn bedje toe.

28 juni – Seattle
Na het ontbijt samen met Dave en zijn zoontjes het centrum van Seattle gaan bekijken. Allereerst naar Pike's Market en daarna wat door de stad gaan lopen. De monorail genomen naar de Space Needle. Natuurlijk zoals elke toerist naar de bovenste etage van de Needle gegaan en het uitzicht bewonderd. Moet je zeker gedaan hebben als je naar Seatte gaat. In het centrum vind je op iedere hoek een StarBucks. Seattle is dan ook de stad waar de eerste Starbucks is geopend.
De Gay Parade was in de stad. Maar die was een stuk tammer als die bij ons. Weinig tot geen naakt en ook geen house muziek. Het was meer een demonstratie voor gay rights. Schijnbaar nog een hot issue in de States. Nadat we de hele ochtend de stad hadden verkend gingen we thuis lunchen. 's middags met Dave een stuk gaan fietsen. Potverdorie dat zijn nog steile hellingen hier in Seattle. 'Its not Holland here' zei Dave grijnzend. Het was een mooie toch die gedeeltelijk langs de kust liep. Seattle is een echte fietsstad. Overal zijn fietspaden en worden fietsroutes goed aangegeven. Na 2 uur gefietst te hebben kwamen we weer thuis aan. Snel douchen want we waren uitgenodigd voor een BBQ bij Dave's broer Clark en zijn vrouw Vanessa. Het was een big party met nog andere gasten.

29 juni – Seattle

1 juli – Seattle
Nog een keer het centrum van de stad bekeken en ook de openbare bibliotheek van Seattle ontworpen door de Nederlandse architect Rem Koolhaas. De bieb zag er futuristisch uit. Een mooi en apart gebouw. Ik vroeg me alleen af hoe ze dit goed gaan onderhouden. Lijkt me geen gemakkelijke klus.

2 juli – Anacortes – Marblemount
Om 7 uur ging de wekker. De zon scheen al lekker. Na alles ingepakt te hebben  ben ik gaan ontbijten bij Penguin Coffee. Het lag een 50-tal meter van mijn hotel. Toch had ik de avond daarvoor gebruik gemaakt van hun wifi-netwerk. Na een  café latte, een muffin en een soort koek met  bosbessen op weg. Highway 20 was druk maar gelukkig had ik weer een brede vluchtstrook. Toch was het eerste stuk van de rit niet echt interessant. Maar de wind zat gelukkig goed dus ik schoot goed op. Vanaf Burlington werd het een stuk mooier en minder verkeer al werd het pas echt rustiger en mooier na Sedro Wooley. Het is een gemakkelijke rit langs de Skagit rivier. Niet veel beklimmingen behalve een paar regelmatige en langzame stijgingen tussen Concrete en Rockport. Onderweg, naast de  mooie  vergezichten van de (besneeuwde) toppen van de Cascades, is er wat veeteelt te zien en ook wat fruitteelt en wijnbouw. De bomen langs de weg dragen vrijwel allemaal mos op hun stam en takken. Het was warm vandaag maar toch lekker fietsweer. Vlakbij Marblemount lag het plaatsje Concrete wat in het Nederlands beton betekent. Er stond dan ook een enorm grote betonsilo met de woorden 'welcome to Concrete'. Vroeg heette dit plaatsje overigens 'Cement city'. In Marblemount aangekomen ingecheckt bij Clark's Skagit River Resort. Mijn buren fietsen ook. Dat wil zeggen de echtgenoot. Zijn echtgenote volgde hem dan met de auto :-). Na mijn tent opgezet te hebben  lekker gedoucht. Bij mijn tent aangekomen werd ik al snel aangesproken door Dick. Een grijsaard die hier met zijn camper op visvakantie was. Hij had nog niet veel gevangen. Fietsen deed hij ook en wist me alle ins en outs te vertellen over mijn komende etappe(s). Hij was namelijk van Washington. Hij nodigde me meteen uit voor het avondeten. Dat leek me een prima idee en ik dacht ik loop even langs de 'Eatery', een soort veredelde snackbar bij het kampeerterrein, om een paar blikjes bier voor bij het eten te kopen. Maar ik kreeg ze niet mee toen ik vertelde dat ik ze het kampeerterrein wilde opnemen. Dick zat er niet mee toen ik hem vertelde van mijn mislukte aankoop want hij had nog een paar blikjes Miller in zijn ijskast. Op het menu stond verse baars, door Dick zelf gevangen, boontjes en aardappels uit eigen tuin en als toetje ingemaakte pruimen. Na het avondeten ging Dick nog wat vissen en ik ging een wandeling maken en de Skagit rivier bewonderen. Dave zou me vanavond nog bellen of hij eventueel met zijn auto en fiets zou nakomen om een stuk me mee te rijden maar hij had nog niet gebeld. Maar ik begreep al snel waarom want mijn iphone had tussen deze bergen geen bereik. Via een good old telefooncel hem dan maar gebeld. Hij had me inderdaad al proberen te bereiken. Maar hij had het o.a. te druk met de muur om de tuin en ging bij nader inzien niet mee. Misschien wel beter zo want ik had hem toch nooit kunnen bijhouden met al mijn bagage en hij had dan constant op de rem moeten trappen. Daarna wilde ik nog in de Eatery een biertje gaan drinken maar ik was al te laat! Om 19.00 uur werd namelijk de laatste gast bediend en ik was er tegen half 8. Zelfs een drankje was ze al te veel. Mijn fietsende buurman zat er ook met zijn vrouw en daar heb ik dan nog even mee gekeuveld over fietsvakanties. Om half 10 al naar bed gegaan.

3 juli – Marblemount – Colonial Creek
Dat Amerikanen vroeg opstaan dat wist ik al maar toen ik 's morgens om 7.00 uur mijn tent uitkroop waren de twee linkertenten al weg en mijn buren aan de rechterkant hadden ook hun tent al afgebroken en stonden op het punt om te vertrekken. De tent was nog goed nat van de condens maar gelukkig kon ik hem in de zon leggen. Juist toen ik de tent wilde gaan opvouwen kwam ik in gesprek met Kevin die met zijn gezin een huisje op het terrein huurde. Of ik niet een kop koffie wilde. Ik dacht waarom niet want ik had die dag toch maar een korte en relatief eenvoudige rit op het programma staan van circa 25 mijl. Gezellig gebabbeld met Kevin en zijn vrouw Amanda over Nederland (cultuur, recessie en natuurlijk het onvermijdelijke thema drugs). Amanda's ouders gingen overigens volgende week op fietsvakantie in Nederland. Ze waren dan ook zeer geďnteresseerd in het vervoeren van de fiets in het vliegtuig. Na 2 koppen koffie en een bord cereal afscheid genomen. De fiets verder opgeladen en eerst op weg naar de plaatselijke supermarkt want het is de laatste winkel voor de komende 75 mijl. Daarna op weg naar Diavolo en het vlak daarbij liggende Colonial Creek Campground. Het begin is nog vlak maar na New Halem beginnen dan eindelijk toch de beklimmingen. Bij New Halem was een waterkrachtcentrale die Seattle van elektriciteit voorziet. Verder was er nog een oude stoomlocomotief te zien die ooit had meegeholpen bij de bouw van het stuwmeer en de centrale. Even na New Halem arriveerde ik bij een tunnel waar t je als fietser op een knop moet drukken. Er dient dan een licht aan te springen zodat het overige verkeer weet dat er fietsers in de tunnel zijn. Of het echt werkte vroeg ik me af. Het asfalt aan de zijkanten van de tunnel was nogal slecht en hobbelig met als gevolg dat midden in de tunnel een van mijn voortassen van de bagagedrager afviel. Geen pretje in een slecht verlichte tunnel waar het verkeer kort langs je rijdt. De weg in de tunnel ging stijl omhoog. Na mijn tas opnieuw bevestigd te hebben maar snel doorgereden. Ik had namelijk al mijn eten voor onderweg en mijn toiletspullen in deze tas zitten waardoor die eigenlijk veel te zwaar beladen was. De reden? Alles wat enigszins een interessante geur heeft mag namelijk niet in je tent liggen en moet of in een boom hangen of veilig worden opgeborgen in zgn. beerproof containers / achterklep van een auto. Anders had je kans dat je 's nacht bezoek krijgt van een beer. Een kleine kans overigens maar toch.... De klim vervolgde zich en er waren mooie vergezichten. Tijdens het afdalen kwam er nog een korte tunnel en daarna nog een flinke klim langs het meer van Diablo. Daarna nog een afdaling en ik arriveerde bij Colonial Creek Campground. Het was er al goed vol maar ik kon nog een plaatsje bemachtigen. 's avonds waren alle 162 plaatsen bezet. De camping was primitief (douches had men niet) maar lag wel heel mooi aan een meer. Er werd veel aan watersport gedaan en er waren ook veel vissers. Gezwommen werd er echter niet want uit eigen ervaring heb ik gemerkt dat het water er ijskoud was. De kampeerplekken lagen mooi tussen de dennenbomen. Verder had iedere plek zijn eigen picknick tafel. 's avonds vroeg naar bed gegaan want ik de volgende morgen vroeg op. Het zou dan een pittige dag worden.

4 juli – Colonial Creek – Winthrop
Op de nationale feestdag van de V.S. ging ik een rit maken van circa 64 mijl. De eerste helft zou voornamelijk bergop zijn. Het begon al meteen goed met een stijle klim (1,6 mijl) langs het meer van Diablo. Ik was nog niet goed en wel op weg toen ik een andere fietser met bepakking langsreed. Dat is goed voor het moraal :-) Ik groette hem en fietste door. Bovenaan gekomen genoten van de mooie vergezichten. Daarna de beklimming vervolgd. Het was een mooie beklimming die soms werd afgewisseld door korte afdalingen. Onderweg genietend van de mooie (soms nog besneeuwde) bergtoppen. Onderweg kwam me nog een fietser met bagage tegemoet. Ook werd ik nog ingehaald door diverse wielrenners. Uiteindelijk kwam ik aan op Rainy Pass (4855 ft.) waarna een stevige maar korte afdaling volgde. Daarna een behoorlijk stijl stuk naar Washington Pass (5477 ft.). Bovenop deze pas lag nog sneeuw langs de zijkanten van de weg. Maar ik zweette door al dit klimmen toch behoorlijk. Na Washington Pass zou de route naar Winthrop alleen nog maar dalen en vlak zijn. De eerste mijlen gingen stijl omlaag. De omgeving veranderde. De bergen waren minder hoog en ook de begroeiing veranderde. De cedars veranderde in pijnbomen. In de vallei aangekomen werd in onaangenaam verrast door een warme tegenwind. Echt lekker doorpeddelen naar Winthrop was er dan ook niet bij. Winthrop zelf was een gezellig plaatsje. Wel een beetje kitsch. Het deed me aan Valkenburg denken. Je waande je in een oud western stadje. Alle gebouwen in het centrum hebben een ouderwetse voorgevel compleet met houten veranda's en houten voetpaden. Alleen de revolverhelden ontbraken nog. Het was er behoorlijk druk en bij diverse motels hing al het bordje 'no vacancy'. Maar in Hotel Rio Vista was nog een kamer vrij. Niet het goedkoopste hotel maar ik had wel een prachtig uitzicht op de Methow rivier. 's avonds gaan eten en drinken bij de Winthrop Brewing Company, die gevestigd was in het oude schoolgebouw. Een tip van Dave. Inderdaad het bier was niet slecht. Na het eten het stadje nog was bekeken en weer op tijd naar bed gegaan.

5 juli – Winthrop – Chelan
Vandaag een ritje van circa 63 mijl. 's ochtends was het al goed warm. De zon was eigenlijk niet echt te zien maar het was wel goed benauwd. De rit zelf was mooi door de Methow vallei. In het begin reed ik nog langs de Methow rivier. Ik reed door een echt veeteelt gebied. Overal zie je ranches liggen. En overal word je door bordjes gewaarschuwd dat je door ranche area met de mededeling 'range area watch out for livestock'. Vreemd genoeg is er geen koe te bekennen en slechts een enkele keer een verdwaald paard. Waarschijnlijk zijn ze allemaal al naar de slachterij gebracht of naar betere oorden. Na de Methow rivier reed ik langs de Columbia rivier. Langzaam maar zeker komen er ook weer meer beklimmingen. Lekker geluncht bij de 'Rest-a-while fruitstand'. Naast heerlijke pruimen en perziken (en ander fruit) serveerde men hier ook gebak en koffie.  Het veeteelt gebied veranderde in fruitplantages. Na een lange klim arriveerde ik in Chelan. Ik wilde hier 2 dagen blijven en de volgende dag een boottrip maken op het meer van Chelan naar de plaats Stehekin. Volgens mijn reisgids de moeite waard en ik had nog een dagje over dus het proberen waard. 's avonds nog wat gaan eten en blijven hangen in een bar. O.a. de hoogtepunten uit de finale tussen Federer en Roddick van Wimbeldon bekeken. En ook nog de eindsprint gezien van de 1e etappe van de Tour. Farrer was tweede. Hij komt uit Wenatchee, de stad waar ik overmorgen naar toe ga rijden. Nog wat gebabbeld met wat Amerikanen uit Oregon die een nieuwe baan in Seattle gevonden hadden. Van hen kreeg ik nog een jagermeister t-shirt toen ze hoorden dat ik jarig was :-) en van de kroegbaas korting!

6 juli – Chelan
Weinig geslapen en om 7 uur ging de wekker alweer. Om half 8 de deur uit naar de haven waar ik mee zou gaan met de veerboot 'Lady of the Lake' naar Stehekin. Een toch van zo'n 2,5 uur enkele reis over het meer van Chelan. Van mijn motel naar de haven was het nog ongeveer een half uurtje lopen. De reisgids had niet gelogen. Het was een mooie tocht met fantastische verge-zichten. Het meer is namelijk wel heel lang  (circa 55 mijl) maar niet erg breed (nooit meer dan 2 mijl maar vaak smaller). Je kon de bergen dan ook mooi zien liggen. Het meer van Chelan is een van de diepste meren van de VS. Na een uurtje gevaren te hebben kregen we meer wind en werd het wat ruiger. In Stehekin aangekomen een excursie gemaakt naar de Rainbow Waterfall oftewel de regenboog waterval. De moeite waard om te bekijken. Daarna zelf wat gaan wandelen langs de kustlijn en het visitorcentre bezocht waar je meer informatie kon krijgen over de natuur, vorming van de Cascades etc. Een ranger, zeg maar een parkwachter, hield verder nog een korte workshop over de ratelslang. Na 3 uur op Stehekin verbleven te hebben werd het tijd om de boot te nemen die me terugbracht naar Chelan. Deze boot was groter en deed er ook iets langer over, ongeveer 4 uur.

7 juli – Chelan – Wenatchee
Op de voicemail stond mijn nichtje Vera van 2 die me vertelde dat Hugo was geboren. Ik had een nieuw neefje die, oh wat toevallig, net als ik op 6 juli jarig is. Vandaag een korte trip van bijna 44 mijl. Na een stevige maar regelmatige klim om Chelan uit te komen kwam er een flinke afdaling naar de Columbia rivier. Langs de rivierbanken veel appelgaarden en zo nu en dan ook een wijngaard. Wenatchee noemt zichzelf dan ook de appelhoofdstad van de wereld. Onderweg nog een groep van 6 fietsers tegengekomen die ook mijn route reden maar dan in andere volgorde. Van hen kreeg ik nog de tip om een kijkje te gaan nemen bij Rocky Reach Dam. Een waterkracht centrale langs de rivier met een tweetal musea en de mogelijkheid om onder water de vistrappen voor forel en zalm te bewonderen. Ze hadden gelijk het was de moeite waard en ik heb er zo'n 2 uurtjes  rondgebracht. Daarna door naar Wenatchee dat er zo'n 7 mijl van afligt. Ingecheckt bij Motel Economy Inn. In mijn kamer kwam ik tot de ontdekking dat ik mijn bril en brillenkoker miste. Ik had die een paar keer gewisseld bij de waterkrachtcentrale. Grote kans dat ik hem daar ergens had laten liggen of dat die ongemerkt uit mijn tas gevallen is. Gebeld maar men was na vieren gesloten en ik belde om 16.15 uur. Toch maar een taxi gebeld en er naar toe gereden maar helaas alle personeel van het museum was al weg. Dan maar morgen bellen en indien men het gevonden heeft alsnog langs fietsen. Dat is balen want ik had voor morgen sowieso al een lange en pittige rit voor de boeg. En anders het adres van Dave doorgeven met de vraag of ze de bril alsnog naar Seattle kunnen sturen en blijven hopen dat de zon de rest van de vakantie blijft schijnen. Want zonder zon is het lopen met een zonnebril ook geen pretje. Onderweg wel gezellig met de taxichauffeur gesproken over politiek, martial arts en auto's natuurlijk. Totale kosten van het taxiritje 35 dollar. Daarna nog even het centrum van Wanatchee bekeken. Bij enkele historische gebouwen van de stad stond wat uitleg en een foto hoe het er in een 'ver' verleden uit heeft gezien. Met historisch bedoel ik overigens gebouwen van begin 20e eeuw. Lekker gegeten in een grillrestaurant al had ik daar gekozen voor pasta, salade en soep. Het eten was goed! Jammer genoeg ben ik de naam van het restaurant kwijt maar het lag zo'n 20 minuten lopen van mijn motel en dan linksaf, richting het spoor. Daarna nog even een biertje gedronken in een populaire bar tegenover mijn motel.

8 juli – Wenatchee – Ellensburg
's morgens op tijd opgestaan en om 8 uur gebeld naar het visitorscentre van de hydro dam. YES! ze hadden mijn bril gevonden en om 9 uur zouden ze opengaan . Meteen op de fiets er naar toe. Ik arriveerde al om half 9 en ik legde de bewaker aan de poort uit dat ik mijn bril kwam ophalen. Hij was niet te beroerd om even voor me te bellen of ze de bril alvast naar de poort wilde brengen zodat ik geen half uur hoefde te wachten. Een van de medewerkers, Bob, kwam al snel met een golfkarretje naar de poort gereden. Fantastisch wat een service. Nog even wat gebabbeld met de bewaker en toen weer terug naar Wenatchee om van daaruit naar Ellensburg te rijden. Maar al met al heeft me deze stommiteit me circa 12 mijl fietsen extra gekost. Vandaag zal de teller dan ook ongeveer op 75 mijl komen te staan. Het eerste gedeelte ging over Highway 2. Een nogal drukke weg en niet echt interessant. Daarna gelukkig een afslag naar de 970. Het zou een regelmatige klim moeten worden naar de Blewett pas (4100 voet). En dat klopte ook. Ik ging redelijk rap en zonder veel te schakelen omhoog. Alleen de laatste 2 mijl (van de circa 21) vielen tegen. Naast de vermoeidheid had ik op het einde ook de wind tegen. De wind was vrij koud en ik heb voor de eerste keer deze vakantie tijdens het fietsen mijn jasje aangetrokken. De weg zelf was mooi met een kabbelende beek aan mijn rechterkant. Onderweg kwamen me nog 2 fietsers met volle bepakking tegemoet. Eigenlijk kom je iedere dag wel fietsers, al dan niet met bepakking, tegen. Maar ik ging omhoog en zij omlaag dus er was alleen tijd voor de traditionele groet (hand opsteken). Op de top aan gekomen een beschut plekje opgezocht om wat te gaan eten. Daarna lekker afdalen. Ook die ging regelmatig zonder lastige haarspeldbochten. Na  circa 12 mijl een afslag waarna al snel een stevige klim volgde van ongeveer 2 a 3 mijl. Ik had nu wel lekker de wind in de rug en soms een klein beetje van opzij. Daarna volgde weer een afdaling die tot vrijwel tot Ellensburg zou duren. De wind bleef lekker in de rug als moest ik soms oppassen voor verraderlijke rukwinden die me soms van opzij hinderden. In Ellensburg op zoek gegaan naar een tweetal motels die in het centrum van het stadje zouden liggen. Ik kwam in gesprek met een drietal Amerikanen. Een van hun was onder de indruk van mijn Koga en de andere nodigde me al uit om bij hem te komen overnachten. Daar ben ik maar niet op ingegaan. De motels kenden ze niet maar ze wisten wel de straat te liggen die een stukje verderop lag. Maar de motels zag ik nergens. Een dame in haar wagen vroeg wat ik zocht en ik noemde de naam van de motels. Oh die zijn allebei 'knocked down' zei ze lachend. Ah vandaar die grote parkeerplaats die ik zag liggen. Toen maar ingecheckt in het Thunderbird Motel wat even verderop lag. 's avonds goed gegeten in het The Palace – Cafe en restaurant en wat gebabbeld met de bardame die oorspronkelijk uit Montana kwam. 

9 juli – Ellensburg – Clear Lake
Om 7.00 zat ik aan het continental breakfast. Brood, cereal, jus, koffie en de mogelijkheid om zelf wafels te bakken.  Met de machine die ze hadden kon ik dat zelfs nog. Meteen er ook maar een paar extra gebakken voor onderweg. Na eerst een stuk over de saaie Highway gefietst hebben kwam ik op weg 821. Ik reed door een soort canyon met aan mijn rechterzijde een riviertje, spoorlijn en hoge bergen aan mijn linkerzijde ook hoge bergen. Wow een prachtige rit die geheel vlak was met uitzondering van twee pittige (maar niet te lange) klimmen Na 25 mijl was deze weg jammer genoeg ten einde en moest ik Highway 12 volgen. De eerste 18 mijl was het een oninteressante weg. Daarna werd die een heel stuk aangenamer met uitzicht op de Tieton rivier en een bergachtig landschap. De weg steeg licht en ik had helaas ook weer wat wind tegen. Wat me echter meer zorgen baarde  waren de dreigende luchten en zo nu en dan gerommel van de donder. De zon begon steeds minder fel te schijnen. Toch maar eerder stoppen dacht ik want ik zag me zelf niet door de bergen fietsen met onweer. Verder had ik me op de afstand verkeken en was Clear Lake verder dan ik in eerste instantie gedacht had. Dat zou betekenen dat ik pas tegen 17.30 op de plaats van bestemming zou aankomen. En dan moet de weg ook nog zo blijven zoals die nu loopt. Ik verwacht echter meer stijgingen omdat ik richting White Pass rijd en die ligt op 4500 voet. Onderweg kwam ik 2 motels tegen maar die waren allebei gesloten en ook de camping die erbij lag was dicht. Balen, dan maar doorfietsen. Zo'n 18 mijl voor mijn eigenlijke bestemming (Clear lake) kwam ik wel nog een camping tegen. Een eensterren camping want niet meer dan een toilet en een waterpomp is er niet aan voorzieningen. Nadat ik mijn tent opgezet had en me wat had gewassen aan de waterpomp kwam het zonnetje ook weer door. Met een beetje geluk blijft het dus droog. Wat gebabbeld met mijn buurman Dennis uit Californie die kersen aan het inwekken was. Had die vandaag gekocht bij een fruitstand. Ik had er onderweg ook diverse gezien. Dennis vertelde me dat gisterenavond er slechts 2 plaatsen op de camping bezet waren. Tijdens ons gesprek werd het echter al langzaam drukker. Vanavond zal ik wel om half 10 in mijn slaapzak liggen en morgen vroeg opstaan zodat ik op tijd kan beginnen aan mijn rit naar Paradise. Op deze camping is toch niet veel vertier. 

10 juli 18 mijl voor Clear Lake - Paradise Inn
's ochtends om 6.00 opgestaan. In de tent is het lekker warm maar eenmaal buiten blijkt het nog goed koud te zijn. Mijn vingertoppen worden tijdens het afbreken van mijn tent ijskoud. Na snel ontbeten te hebben ging ik rond 7. op weg. Ik was gisteren stukken eerder gestopt dan eigenlijk de bedoeling was dus ik had een stuk meer te rijden waaronder een extra klim van 20 mijl naar White Pass. Ook deze klim ging weer geleidelijk omhoog en was weer schitterend. in 2,5 uur had ik de top bereikt en na boven op de top een paar muffins gekocht (en opgegeten incl. een halve liter cola) te hebben ben ik begonnen aan de afdaling. Toen ik halverwege de afdaling in bocht doorging stond ik oog in oog met de berg Mount Rainier. Ook wel 'de berg' of 'de weermaker' genoemd. Mount Rainier steekt hoog boven de andere bergen uit en zijn top is geheel in sneeuw en ijs gehuld. Wat een magnifiek gezicht. Op een parkeerplaats van het uitzicht genoten en daarna de weg naar het National Park Mount Rainier genomen. De weg was mooi en er was alleen nog maar toeristenverkeer. Het ging meteen omhoog. Na een mijl of 5 bleek dat de weg naar Paradise was afgesloten voor alle verkeer want de weg was verzakt. Ze lieten een paar foto's zien. Met de fiets was daar best langs te komen. Er kwamen nog 2 wielrenners aan en we besloten het te proberen. Eventjes verder was een roadblock met een vriendelijke dame. Volgens haar moest het inderdaad wel lukken maar eigenlijk mocht het niet. We reden door. De 2 wielrenners (zonder bepakking) waren al snel uit het zicht verdwenen. Langzaam ging de klim omhoog en na circa 7 mijl kwam ik bij de herstelwerkzaamheden. De bouwlui waren niet echt amused toen ze me zagen maar lieten me toch door. Snel daarna kwam een korte afdaling tot een canyon waarna de weg weer flink omhoog ging. Vooral de laatste 5 mijl waren pittig en gingnen door de eeuwige sneeuw. Bij Paradise lag een hotel de 'Paradise Inn'. Helaas waren daar al alle kamers vol. Op zoek naar wat anders dus. Gelukkig ging het nu naar beneden. Onderweg kwam ik nog een ander hotel en een camping tegen. Die waren ook allebei al vol. Tsja het was vrijdagnamiddag en het weekend was begonnen. Pas toen ik het nationale park uitreed (richting....) kwam ik meteen bij de ingang een motel tegen die plaats had. Het was ondertussen al bijna half zes dus maar niet meer verder gezocht. Gelukkig hadden ze plaats en er was ook nog een restaurantje bij.  

11 juli – Paradise – Lacey
's ochtends om 8 uur op weg naar Lacey. Ik ga op bezoek bij een oud collega van mij van de toenmalige AFCENT. De weg is niet meer zo interessant als gisteren maar het schiet wel lekker op. Het is vnl. vlak en afdaling en zo nu dan toch nog een pittige klim. Onderweg kom ik nog in een peleton van duizende toerfieters terecht die onderweg zijn van Seattle naar Portland. In Lacey aangekomen heb ik met behulp van mijn Iphone het huis van Lisa en Dave Emeott al snel gevonden. Maar ze zijn er niet. Gelukkig had ik hen 06 nummer en ze bleken met familie in Seattle te zitten. Haar sms naar mij toe was echter bij mij niet aangekomen. Tegen 8 uur 's avond zouden ze terug zijn. Dus moest ik me nog een paar uur zelf amuseren. o.a. met het bekijken van een baseball wedstrijd en gaan eten bij een lekkere Italiaan. Daarna werd ik hartelijk ontvangen bij de Emeotts. In de tuin rond het kampvuur gezeten en een paar biertjes gedronken. 

12 juli - Lacey / Olympia
Vandaag wat langer geslapen en daarna een touretappe op tv gekeken. Toen op weg naar Fort Lewis. De militaire basis waar Dave werkt. Ze hadden daar o.a. ook een legermuseum met vele relikwieën uit het diverse oorlogsverleden van de V.S. waaronder een deel van een standbeeld van Sadam Hussein. Samen met Dave daarna naar een groothandel gegaan voor outdoor artikelen, Cabela's genaamd. Tijdens het kamperen merkte ik dat mijn slaapmatje niet echt lekker lag dus daar maar iets nieuws gekocht.  De winkel was ongeveer zo groot als de IKEA in Heerlen met allerlei soorten spullen van wandelschoenen tot pistolen. Na de winkel verkend te hebben zijn we nog door Olympia gereden en hebben het Capitool bezocht. Toen op weg naar huis voor het avondeten. 's avonds lekker huiselijk nog wat spelletjes gedaan. Een soort mens erger je niet. Won ik ook nog 3 van de 5 potjes. Lisa dreigde al dat ik maar in het hondenhok moest gaan slapen :-) 

13 juli Lacey - Potlatch
's morgens op tijd weggereden. Het was nog bewolkt maar het zou later op de dag opklaren. In Lacey reed ik al meteen verkeerd en ik kwam er pas na 15 minuten achter. M.a.w. weer 15 minuten terug. Daarna was ik snel in Olympia maar ook daar ging het mis. Ik volgde trouw de bordjes van Highway 101 maar ik zat toch op een gegeven moment verkeerd. Waarschijnlijk een afslag gemist ergens zodat ik al ver uit Olympia was maar niet in de goede richting! Toen weer terug via een andere weg. Toen ik Highway 5 weer teruggevonden had zou het nog maar 3 mijl naar de afslag naar de 101 zijn. Helaas mocht ik Highway 5 als fietser niet op. Dan maar evenwijdig rijden, zover dat ging, aan Highway 5. Higway 5 en de 101 werden toen samengevoegd maar ook die mocht ik als fietser niet berijden. Lastig! Dan maar weer proberen evenwijdig met de Highway te rijden. Mijn weg ging echter steeds verder weg van de Highway. Na enige tijd toch een bordje verwijzend naar de 101 tegengekomen. Het was nog een flink stuk rijden totdat ik weer de oprit naar de Highway bereikte. Maar zou ik er wel op mogen? Ja gelukkig hier was fietsen wel weer toegestaan. Al met al had me dit toch zeker een uur extra rijden gekost. Ondertussen begon het ook licht te regenen, wat gelukkig als snel weer stopte. Na de plaats Shelton besloot ik toch nog maar wat door te rijden. Ik reed nu door een gebied waar veel indianenreservaten liggen. Het was er armoediger dan ik tot nu toe gewend was. Overal stonden kraampjes langs de weg waar je vuurwerk kon kopen. Onderweg kreeg ik nog regelmatig te maken met lichte miezer regen die gelukkig ook altijd weer snel stopte. Uiteindelijk ben ik vlak voor het plaatsje Potlach gestopt en geslapen in 'The waterfront at Potlatch'. 2 mijl verderop, in Hoodsport, 's avond gegeten in een Mexicaans restaurant en nog wat gedronken in de plaatselijke bar. Wat gebabbeld met enkele locals en in het donker weer terug naar het resort. Ik was blij dat ik de batterijen van mijn fietslamp had vervangen want op deze donkere weg kwam die wel van pas.

14 juli Potatch – Port Townsend
Via een mooie, glooiende en slingerende weg ging ik op weg naar Port Townsend. Zo nu en dan kwam er een korte maar pittige helling. Twee keer kreeg ik echter te maken met een flinke klim. De eerste tussen Brinnon en Quilcene en de tweede toen ik de 101 verliet en de afslag naar Highway 20 nam. Onderweg kwam ik Victor tegen. Hij was ook op de fiets en toerde door de VS. Oorspronkelijk kwam hij uit Litouwen maar was als 16-jarige na de tweede wereldoorlog naar de VS geďmmigreerd. Victor was al 78 jaar fietste dus nog elke dag. Ik vroeg me af of ik over zo'n kleine 40 jaar nog steeds dit zou kunnen (of willen) doen. In Port Townsend aangekomen doorgereden naar Fort Worden State Park, zo'n 2mijl van de stad, waar een jeugdherberg lag en indien er geen plaats zou zijn ook een camping. Port Townsend is namelijk zeer toeristisch en de prijzen van de hotels liggen dan ook vrij hoog. Gelukkig was er nog plaats in de jeugdherberg maar het kantoor was pas om 17.00 uur geopend en ik moest dus 1 uur wachten. Geprobeerd wat te lezen maar ik dommelde al snel in. Om 17.00 ingecheckt en gedoucht. Daarna wat liggen dommelen op bed. Om een of andere reden was ik moe. Toen op weg naar de stad om een hapje te eten en ik belandde in het Silverwater Cafe. Een aanrader! Goede kwaliteit en een uitstekende bediening. En ook de ruimte zelf was perfect en gezellig. Daarna nog wat gaan drinken bij Maxwell's Brewery & Pub. De bartender wilde me alleen wat serveren als ik mijn paspoort kon laten zien. Dat vind ik nog eens een compliment zei ik met een grijns tegen hem. Ik ben al 41 hoor. In de VS mag er namelijk geen alcoholische dranken geserveerd worden aan mensen beneden de 21. Aan de bar kwam ik in gesprek met Don die zijn eigen zaak op aan het zetten was, boeken en films schreef o.a. de laatste film van Indiana Jones had hij eigenlijk geschreven maar hij had het script al in een vroeg stadium doorverkocht, hij wilde verder van zijn vrouw af, had in Gothenborg (Zweden) gewoond en vertelde me nog veel en veel meer. M.a.w hij was eigenlijk in gesprek en ik luisterde.  Zijn vrouw belde hem nog op waar hij bleef en ik hoorde hem glashard liegen dat hij niet in een bar zat maar in een restaurant en dat hij echt niet aan het drinken was :-) Na zo'n 45 minuten naar zijn monotoon geluisterd te hebben ging hij er vandoor. Daar was ik niet echt rouwig om. Even later zelf ook maar gegaan want ik kon mijn ogen nauwelijks open houden. De fietsrit naar Port Townsend had me schijnbaar toch veel energie gekost. Het ritje naar de jeugdherberg was nog behoorlijk pittig want het ging nog goed bergop. 

15 juli – Port Townsend
's morgen goed maar eenvoudig ontbeten in de jeugdherberg.  Er was een soort puree van erwten en rijst en zelf gebakken brood. Het was gezellig aan de ontbijttafel. Diverse soorten mensen van ouderen die alles hadden achtergelaten en rondtrokken door de VS tot studenten uit Engeland en uit het nabij gelegen Olympia. Na het ontbijt het fort bekeken. Fort Worden is gebouwd in 1900. Er liggen nog veel historische gebouwen rond een exercitie terrein. Het fort heeft nog dienst gedaan als decor voor de film 'an officer and a gentleman'. Daarna doorgelopen naar Port Townsend. Dit kostte me meer tijd dan verwacht maar onderweg kon ik wel al wat pittoreske villa's bekijken. Port Townsend was vroeger in een concurrentieslag verwikkeld met Seattle wie zich zelf de belangrijkste haven van dit gebied kon noemen. Seattle heeft dit uiteindeijk gewonnen. In Port Townsend lijkt de tijd een beetje te hebben stilgestaan. Er zijn nog veel houten huizen in Victoriaanse stijl te zien. Verder is Port Townsend vrij toeristisch met veel winkeltjes, restaurantjes etc. Na een paar uurtjes had ik het wel gezien. Nog even de bieb bezocht en mijn e-mail gecheckt en eindelijk de ansichtkaarten gepost die ik al een week bij me droeg. Toen de bus teruggenomen naar de jeugdherberg. 's avonds met Bruno, een Parijzenaar gegeten. 

16 juli Port Townsend – Seattle
Tegen half 9 vertrokken en afscheid genomen van Bruno en Josh Martin. De laatste was bezig met zijn eerste roman. Een phantasy/avonturen roman. Ik ben benieuwd of ik hem nog in de bibliotheek zal tegenkomen. Eerst zo'n 30 mijl fietsen naar de veerpont bij Kingston die me naar Edmonts zou brengen. Vanaf daar  is het nog maar een korte rit over de Highway 99 naar Seattle. Het begin was een mooie rit. Onderweg kwam ik nog een grote stoommachine tegen die toentertijd gebruikt werd om het kaf van het koren te scheiden. Indrukwekkend, ik wist niet dat men dit ook al gebruikte toentertijd. Helaas was de batterij van mijn fotocamera op dus kon ik er geen foto van maken. Bij wegwerkzaamheden nog eventjes gesproken met een verkeersregelaar die de wegwerkers ondersteund. Haar voornaamste taak is het omdraaien van het verkeerbord 'stop / slow'. Zij had 's morgens dezelfde veerboot genomen die ik zou nemen en ze was er zeeziek op geworden. Toen ik zelf op de boot zat vroeg ik me af hoe ze dat klaargespeeld heeft want de zee was als een spiegel en de overtocht duurde circa 20 minuten. Voordat ik bij Kingston aankwam nog gereden over de indrukwekkende lange Hood brug. Vroeger was ook hier de overtocht door een veerboot geregeld.  Eventjes verder geluncht aan een kiezelstrand waarna ik nog 8 mijl moetst rijden tot Kingston waar de veerboot naar Edmonts zou vertrekken. Bij de veerboot aangekomen kon ik meteen doorrijden, ik was de laatste die er op mocht. Dat was weer een meevaller. In Edmonts volgt nog een flinke klim naar Highway 99 en daarna rechtstreeks door naar Seattle. Highway 99 is een drukke weg maar toch goed te befietsen door de brede vluchtstrook. Alleen voor het afslaande verkeer en het busvervoer moet je nog goed oppassen. Tegen vieren aangekomen bij het huis van Lisa en Dave. Hun zoontjes Ethan en Jaxon waren samen met een aantal buurtkinderen aan het spelen met hun waterpistolen. Ik was natuurlijk een dankbaar slachtoffer. Tracy een vriendin van Lisa was ook aanwezig en was ook al een echte fietsfanaat die zo ongeveer het gehele Amerikaanse peloton scheen te kennen. Ze had ook regelmatig in Europa professionele fietswedstrijden bijgewoond. 's avonds was het pizza-time en heb ik Dave wat geholpen met het leggen van graszoden. Daarna nog de touretappe bekeken. Enorm veel reclame tussendoor. Zelfs tijden de finale werd er rustig een reclameblok van 10 minuten er tussendoor gefietst. Vreselijk!!

17 juli Seattle
's ochtends samen met Lisa en de kids naar de outdoorstore REI in downtown Seattle bezocht. Er was o.a. een enorme klimwand. Meteen zelf ook maar wat zaken gekocht zoals winterhandschoenen voor op de fiets, overschoenen, wielersokken en nieuwe frontrollers (fietstassen) van Ortlieb gekocht. Deze zaak beviel me beter dan Cabela's want deze was wat vredelievender. Cabela's was ook erg gericht op jagers en beveiliging. Niet zo gek natuurlijk zo vlak bij Fort Lewis. Daarna bij het werk van Dave langs geweest waar ze zojuist begonnen waren met de kwartaal lunchvergadering. Bij de Amerikanen is lunch natuurlijk een barbecue, salades en corona's. Lijkt me geen slecht idee om dat ook bij Centre Céramique in te voeren. 's middags Gregg's Cycles bezocht, de wielerzaak waar Dave jarenlang gewerkt heeft. Indrukwekkend hoeveel keus men had. Hoogtepunt was toch wel een Piranello Prince die helemaal uit carbon was opgebouwd.  Hier nog een wielershirt gekocht met een afbeelding van Seattle incl. de Spaceneedle. Dat noem ik nog eens een mooi souvenir. De zaak lag vlakbij het prachtige Lake Greenwood. Nog even aan de waterkant gezeten en toen naar huis teruggelopen. Onderweg nog even een supermarkt bezocht en wat inkopen voor de familie Rider gedaan. Daarna de fiets ingepakt in een fietsdoos. Die was een stuk kleiner dan die van de KLM dus ik moest nogal wat uit elkaar schroeven. Dat wordt in Amsterdam nog flink werken voordat ik weg kan rijden. 's avonds pasta gegeten en daarna nog was graszoden gelegd en  de alles goed gesproeid. 's avonds weer de touretappe gekeken. Maar dat viel niet mee want de einduitslag viel pas om kwart voor twaalf. En die onvermijdelijke reclame maakt het slaapverwekkend, Ik heb Dave beloofd dat ik hem de link van de NOS zal toesturen waar hij de tour zonder reclame kan bekijken. Voor het slapen gaan nog zoveel mogelijk mijn tassen ingepakt.

18 juli – Seatte - Amsterdam
Dave bracht me na het ontbijt naar het vliegveld. Het inchecken ging rap en binnen 45 minuten zat ik bij de gate. Laat de vlucht maar komen! Na een voorspoedige vlucht op zondagmorgen 19 juli geland. De fiets in elkaar gezet en meteen per trein doorgereisd naar Heerlen.
 

 

Inleiding »

Voorbereiding » Foto's »


 
     Verder naar de foto's »

 

Reisgidsen, kaarten en woordenboeken

Road Guide Pacific Nortwest; Northern Rockies
Schaal: 1:1200.000
Hallwag International
ISBN: 9783828302457

Cycling USA West Coast / Marisa Gierlich
Lonely Planet, 2002
ISBN:
9781864503241


Internetlinks

Fietsvakantiewinkel
US National Park Service Washington State  Department of Transportation
Public Lands Information Centre
Roadcamping.com
Hotelguides
Visit Rainier
North Cascades National Park
Olympic National Park
Visiting Seattle
Clark's Skagit River Resort
Hotel Rio Vista
Old Schoolhouse Brewery
Rest-a-while Country Market
Stehekin
Lady of the Lake

Rocky Reach Dam
Motel Economy Inn
The Palace
Legermuseum Fort Lewis

Cabela
The waterfront at Potlatch
Hostelling International USA

REI
Gregg's Cycles