|
27 juni – Amsterdam – Seattle
Twee uur van tevoren stond ik in de lange incheckrij op
Schiphol. Mijn fiets had ik de vorige dag al ingepakt. Het schoot niet echt op
en ik verwenste mezelf al dat ik niet wat eerder naar Schiphol was gegaan. 1 min
40 voordat de officiële incheck sloot kon ik mijn bagage afleveren. Ik moest ook
nog bijbetalen!Ik dacht toch echt dat men tegen me verteld had dat ik 2 stuks
bagage van 23 kilo mocht meenemen. Maar er was geen tijd om hierover te
discussiëren. Dat zoek ik later wel uit. Omdat ik de vorige avond, of was het
dezelfde dag, want tegen 4:30 rolde ik pas in mijn bed, flink op stap was
geweest heb ik in het vliegtuig veel geslapen. Dan schiet de vlucht wel lekker
op. Verder nog de film 'Milk'
met Sean Penn gekeken. In Seattle aangekomen ging de controle gelukkig snel en
ook mijn plunjebaal kwam als een van de eerste van de band. Gelukkig die had in
ieder geval het vliegtuig gehaald. Dan zal de fiets het ook wel gehaald hebben.
Het duurde wel wat lang maar inderdaad ook die had het
gehaald. De doos was natuurlijk geopend ter controle. Toch mocht ik de fiets
niet meteen meenemen want die paste niet in het treintje die me
naar de uitgang zou brengen zei men. Ik zou de fiets kunnen ophalen bij
het bagagekantoor van Delta. Daar aangekomen was de fiets nog niet gearriveerd.
En ook Dave Rider, mijn fietsmaat van 12 jaar geleden, zag ik niet. Zou hij in
de file staan? De man van het bagagekantoor was gelukkig erg servicegericht en
belde meteen om te achterhalen waar mijn fiets bleef. Over 5 minuten brengen ze
hem zei hij. Het werden er zeker 35 en in die tijd pleegde hij zeker nog 2
telefoontjes voor me. Naderhand bleek dat de fietsdoos was vast komen te zitten
in de radar :-) Voortaan een kleinere doos nemen dan de fietsdoos van KLM. Op
veel luchthavens is die fietsdoos sowieso een probleem omdat die lastig te
vervoeren is. Ondertussen belde Lisa, de vrouw van Dave. Dave stond met zijn
twee zoontjes voor de luchthaven met een VW bestelbus maar kon me telefonisch
niet bereiken. Uiteindelijk bleek dat je niet moest bellen met 0031 maar met
+31. Ik vond ze gelukkig gemakkelijk. Na alles ingeladen te hebben gingen we op
weg. Er was een marathon gaande in Seattle en dat betekende dat we de Highway
niet konden gebruiken. M.a.w. we stonden anderhalf uur in de file. We hadden
genoeg tijd om bij te kletsen en ondertussen de skyline van Seattle te
bewonderen. Eindelijk aangekomen en kennis gemaakt met Lisa, de vrouw van Dave.
Eerst lunchen en dat waren natuurlijk hamburgers maar dan wel homemade. Daarna
wat in de tuin gezeten en de bekisting van de nieuwe tuinmuur
bekeken. Het was een vrijstaand wit houten huis met die typische
Amerikaanse indeling namelijk geen hal. Je komt meteen binnen in de keuken of
woonkamer. Tegen de avond samen met Dave en Lisa een wandeling langs het strand
gaan maken en nog ergens een paar biertjes + wat gaan eten. Het was een lange
dag en om half 10 toch al naar mijn bedje toe.
28 juni – Seattle
Na het ontbijt samen met Dave en zijn zoontjes het centrum van Seattle gaan
bekijken. Allereerst naar Pike's Market en daarna wat door de stad gaan lopen.
De monorail genomen naar de Space Needle. Natuurlijk zoals elke toerist naar de
bovenste etage van de Needle gegaan en het uitzicht
bewonderd. Moet je zeker gedaan hebben als je naar Seatte gaat. In het centrum
vind je op iedere hoek een StarBucks. Seattle is dan ook de stad waar de eerste
Starbucks is geopend.
De Gay Parade was in de stad. Maar die was een stuk tammer als die bij ons.
Weinig tot geen naakt en ook geen house muziek. Het was meer een demonstratie
voor gay rights. Schijnbaar nog een hot issue in de States.
Nadat we de hele ochtend de stad hadden verkend gingen we thuis lunchen. 's
middags met Dave een stuk gaan fietsen. Potverdorie dat zijn nog steile
hellingen hier in Seattle. 'Its not Holland here' zei Dave grijnzend. Het was
een mooie toch die gedeeltelijk langs de kust liep. Seattle is een echte
fietsstad. Overal zijn fietspaden en worden fietsroutes goed aangegeven. Na 2
uur gefietst te hebben kwamen we weer thuis aan. Snel douchen want we waren
uitgenodigd voor een BBQ bij Dave's broer Clark en zijn vrouw Vanessa. Het was
een big party met nog andere gasten.
29 juni – Seattle
1 juli – Seattle
Nog een keer het centrum van de stad bekeken en ook de openbare bibliotheek van
Seattle ontworpen door de Nederlandse architect Rem Koolhaas. De bieb zag er
futuristisch uit. Een mooi en apart gebouw. Ik vroeg me alleen af hoe ze dit
goed gaan onderhouden. Lijkt me geen gemakkelijke klus.
2 juli – Anacortes – Marblemount
Om 7 uur ging de wekker. De zon scheen al lekker. Na alles ingepakt te hebben
ben ik gaan ontbijten bij Penguin Coffee.
Het lag een 50-tal meter van mijn hotel. Toch had ik de avond daarvoor gebruik
gemaakt van hun wifi-netwerk. Na een café latte, een muffin en een soort koek
met bosbessen op weg. Highway 20 was druk maar gelukkig had ik weer een brede
vluchtstrook. Toch was het eerste stuk van de rit niet echt interessant. Maar de
wind zat gelukkig goed dus ik schoot goed op. Vanaf Burlington werd het een stuk
mooier en minder verkeer al werd het pas echt rustiger en mooier na Sedro Wooley.
Het is een gemakkelijke rit langs de Skagit rivier. Niet veel beklimmingen
behalve een paar regelmatige en langzame stijgingen tussen Concrete en Rockport.
Onderweg, naast de mooie vergezichten van de (besneeuwde) toppen van de
Cascades, is er wat veeteelt te zien en ook wat fruitteelt en wijnbouw. De bomen
langs de weg dragen vrijwel allemaal mos op hun stam en takken. Het was warm
vandaag maar toch lekker fietsweer. Vlakbij Marblemount lag het plaatsje
Concrete wat in het Nederlands beton betekent. Er stond dan ook een enorm grote
betonsilo met de woorden 'welcome to Concrete'. Vroeg heette dit plaatsje
overigens 'Cement city'. In Marblemount aangekomen ingecheckt bij
Clark's Skagit River
Resort. Mijn buren fietsen ook. Dat wil zeggen de echtgenoot. Zijn
echtgenote volgde hem dan met de auto :-). Na mijn tent opgezet te hebben
lekker gedoucht. Bij mijn tent aangekomen werd ik al snel aangesproken door
Dick. Een grijsaard die hier met zijn camper op visvakantie was. Hij had nog
niet veel gevangen. Fietsen deed hij ook en wist me alle ins en outs te
vertellen over mijn komende etappe(s). Hij was namelijk van Washington. Hij
nodigde me meteen uit voor het avondeten. Dat leek me een prima idee en ik dacht
ik loop even langs de 'Eatery', een soort veredelde snackbar bij het
kampeerterrein, om een paar blikjes bier voor bij het eten te kopen. Maar ik
kreeg ze niet mee toen ik vertelde dat ik ze het kampeerterrein wilde opnemen.
Dick zat er niet mee toen ik hem vertelde van mijn mislukte aankoop want hij had
nog een paar blikjes Miller in zijn ijskast. Op het menu stond verse baars, door
Dick zelf gevangen, boontjes en aardappels uit eigen tuin en als toetje
ingemaakte pruimen. Na het avondeten ging Dick nog wat vissen en ik ging een
wandeling maken en de Skagit rivier bewonderen. Dave zou me vanavond nog bellen
of hij eventueel met zijn auto en fiets zou nakomen om een stuk me mee te rijden
maar hij had nog niet gebeld. Maar ik begreep al snel waarom want mijn iphone
had tussen deze bergen geen bereik. Via een good old telefooncel hem dan maar
gebeld. Hij had me inderdaad al proberen te bereiken. Maar hij had het o.a. te
druk met de muur om de tuin en ging bij nader inzien niet mee. Misschien wel
beter zo want ik had hem toch nooit kunnen bijhouden met al mijn bagage en hij
had dan constant op de rem moeten trappen. Daarna wilde ik nog in de Eatery een
biertje gaan drinken maar ik was al te laat! Om 19.00 uur werd namelijk de
laatste gast bediend en ik was er tegen half 8. Zelfs een drankje was ze al te
veel. Mijn fietsende buurman zat er ook met zijn vrouw en daar heb ik dan nog
even mee gekeuveld over fietsvakanties. Om half 10 al naar bed gegaan.
3 juli – Marblemount – Colonial Creek
Dat Amerikanen vroeg opstaan dat wist ik al maar toen ik 's morgens om 7.00 uur
mijn tent uitkroop waren de twee linkertenten al weg en mijn buren aan de
rechterkant hadden ook hun tent al afgebroken en stonden op het punt om te
vertrekken. De tent was nog goed nat van de condens maar gelukkig kon ik hem in
de zon leggen. Juist toen ik de tent wilde gaan opvouwen kwam ik in gesprek met
Kevin die met zijn gezin een huisje op het terrein huurde. Of ik niet een kop
koffie wilde. Ik dacht waarom niet want ik had die dag toch maar een korte en
relatief eenvoudige rit op het programma staan van circa 25 mijl. Gezellig
gebabbeld met Kevin en zijn vrouw Amanda over Nederland (cultuur, recessie en
natuurlijk het onvermijdelijke thema drugs). Amanda's ouders gingen overigens
volgende week op fietsvakantie in Nederland. Ze waren dan ook zeer
geďnteresseerd in het vervoeren van de fiets in het vliegtuig. Na 2 koppen
koffie en een bord cereal afscheid genomen. De fiets verder opgeladen en eerst
op weg naar de plaatselijke supermarkt want het is de laatste winkel voor de
komende 75 mijl. Daarna op weg naar Diavolo en het vlak daarbij liggende
Colonial Creek Campground. Het begin is nog vlak maar na New Halem beginnen dan
eindelijk toch de beklimmingen. Bij New Halem was een waterkrachtcentrale die
Seattle van elektriciteit voorziet. Verder was er nog een oude stoomlocomotief
te zien die ooit had meegeholpen bij de bouw van het stuwmeer en de centrale.
Even na New Halem arriveerde ik bij een tunnel waar t je als fietser op een knop
moet drukken. Er dient dan een licht aan te springen zodat het overige verkeer
weet dat er fietsers in de tunnel zijn. Of het echt werkte vroeg ik me af. Het
asfalt aan de zijkanten van de tunnel was nogal slecht en hobbelig met als
gevolg dat midden in de tunnel een van mijn voortassen van de bagagedrager
afviel. Geen pretje in een slecht verlichte tunnel waar het verkeer kort langs
je rijdt. De weg in de tunnel ging stijl omhoog. Na mijn tas opnieuw bevestigd
te hebben maar snel doorgereden. Ik had namelijk al mijn eten voor onderweg en
mijn toiletspullen in deze tas zitten waardoor die eigenlijk veel te zwaar
beladen was. De reden? Alles wat enigszins een interessante geur heeft mag
namelijk niet in je tent liggen en moet of in een boom hangen of veilig worden
opgeborgen in zgn. beerproof containers / achterklep van een auto. Anders had je
kans dat je 's nacht bezoek krijgt van een beer. Een kleine kans overigens maar
toch.... De klim vervolgde zich en er waren mooie vergezichten. Tijdens het
afdalen kwam er nog een korte tunnel en daarna nog een flinke klim langs het
meer van Diablo. Daarna nog een afdaling en ik arriveerde bij Colonial Creek
Campground. Het was er al goed vol maar ik kon nog een plaatsje bemachtigen. 's
avonds waren alle 162 plaatsen bezet. De camping was primitief (douches
had men niet) maar lag wel heel mooi aan een meer. Er werd veel aan watersport
gedaan en er waren ook veel vissers. Gezwommen werd er echter niet want uit
eigen ervaring heb ik gemerkt dat het water er ijskoud was. De kampeerplekken
lagen mooi tussen de dennenbomen. Verder had iedere plek zijn eigen picknick
tafel. 's avonds vroeg naar bed gegaan want ik de volgende morgen vroeg op. Het
zou dan een pittige dag worden.
4 juli – Colonial Creek – Winthrop
Op de nationale feestdag van de V.S. ging ik een rit maken van circa 64 mijl. De
eerste helft zou voornamelijk bergop zijn. Het begon al meteen goed met een
stijle klim (1,6 mijl) langs het meer van Diablo. Ik was nog niet goed en wel op
weg toen ik een andere fietser met bepakking langsreed. Dat is goed voor het
moraal :-) Ik groette hem en fietste door. Bovenaan gekomen genoten van de mooie
vergezichten. Daarna de beklimming vervolgd. Het was een mooie beklimming die
soms werd afgewisseld door korte afdalingen. Onderweg genietend van de mooie
(soms nog besneeuwde) bergtoppen. Onderweg kwam me nog een fietser met bagage
tegemoet. Ook werd ik nog ingehaald door diverse wielrenners. Uiteindelijk kwam
ik aan op Rainy Pass (4855 ft.) waarna een stevige maar
korte afdaling volgde. Daarna een behoorlijk stijl stuk naar Washington Pass
(5477 ft.). Bovenop deze pas lag nog sneeuw langs de zijkanten van de weg. Maar
ik zweette door al dit klimmen toch behoorlijk. Na Washington Pass zou de route
naar Winthrop alleen nog maar dalen en vlak zijn. De eerste mijlen gingen stijl
omlaag. De omgeving veranderde. De bergen waren minder hoog en ook de begroeiing
veranderde. De cedars veranderde in pijnbomen. In de
vallei aangekomen werd in onaangenaam verrast door een warme tegenwind. Echt
lekker doorpeddelen naar Winthrop was er dan ook niet bij. Winthrop zelf was een
gezellig plaatsje. Wel een beetje kitsch. Het deed me aan Valkenburg denken. Je
waande je in een oud western stadje. Alle gebouwen in het centrum hebben een
ouderwetse voorgevel compleet met houten veranda's en houten voetpaden. Alleen
de revolverhelden ontbraken nog. Het was er behoorlijk druk en bij diverse
motels hing al het bordje 'no vacancy'. Maar in
Hotel Rio Vista
was
nog een kamer vrij. Niet het goedkoopste hotel maar ik had wel een prachtig
uitzicht op de Methow rivier. 's avonds gaan eten en drinken bij de
Winthrop Brewing
Company, die gevestigd was in het oude schoolgebouw.
Een tip van Dave. Inderdaad het bier was niet slecht. Na het eten het stadje nog
was bekeken en weer op tijd naar bed gegaan.
5 juli – Winthrop – Chelan
Vandaag een ritje van circa 63 mijl. 's ochtends was het al goed warm. De zon
was eigenlijk niet echt te zien maar het was wel goed benauwd. De rit zelf was
mooi door de Methow vallei. In het begin reed ik nog
langs de Methow rivier. Ik reed door een echt veeteelt
gebied. Overal zie je ranches liggen. En overal word je door bordjes
gewaarschuwd dat je door ranche area met de mededeling 'range area watch out for
livestock'. Vreemd genoeg is er geen koe te bekennen en slechts
een enkele keer een verdwaald paard. Waarschijnlijk zijn ze allemaal al
naar de slachterij gebracht of naar betere oorden. Na de Methow rivier reed
ik langs de Columbia rivier. Langzaam maar zeker komen er ook weer meer
beklimmingen. Lekker geluncht bij de 'Rest-a-while
fruitstand'. Naast heerlijke pruimen en perziken (en ander fruit) serveerde
men hier ook gebak en koffie. Het veeteelt gebied veranderde in fruitplantages.
Na een lange klim arriveerde ik in Chelan. Ik wilde hier 2 dagen blijven en de
volgende dag een boottrip maken op het meer van Chelan naar de plaats Stehekin.
Volgens mijn reisgids de moeite waard en ik had nog een dagje over dus het
proberen waard. 's avonds nog wat gaan eten en blijven hangen in een bar. O.a.
de hoogtepunten uit de finale tussen Federer en Roddick
van Wimbeldon bekeken. En ook nog de eindsprint gezien van de 1e etappe van de
Tour. Farrer was tweede. Hij komt uit Wenatchee, de stad
waar ik overmorgen naar toe ga rijden. Nog wat gebabbeld met wat Amerikanen uit
Oregon die een nieuwe baan in Seattle gevonden hadden. Van hen kreeg ik nog een
jagermeister t-shirt toen ze hoorden dat ik jarig was :-) en van de kroegbaas
korting!
6 juli – Chelan
Weinig geslapen en om 7 uur ging de wekker alweer. Om half 8 de deur uit naar de
haven waar ik mee zou gaan met de veerboot 'Lady
of the Lake' naar
Stehekin. Een toch van
zo'n 2,5 uur enkele reis over het meer van Chelan. Van mijn motel naar de haven
was het nog ongeveer een half uurtje lopen. De reisgids had niet gelogen. Het
was een mooie tocht met fantastische verge-zichten.
Het meer is namelijk wel heel lang (circa 55 mijl) maar niet erg breed (nooit
meer dan 2 mijl maar vaak smaller). Je kon de bergen dan ook mooi zien liggen.
Het meer van Chelan is een van de diepste meren van de VS. Na een uurtje gevaren
te hebben kregen we meer wind en werd het wat ruiger. In Stehekin aangekomen een
excursie gemaakt naar de Rainbow Waterfall
oftewel de regenboog waterval. De moeite waard om te bekijken. Daarna zelf wat
gaan wandelen langs de kustlijn en het visitorcentre bezocht waar je meer
informatie kon krijgen over de natuur, vorming van de Cascades etc. Een ranger,
zeg maar een parkwachter, hield verder nog een korte workshop over de
ratelslang. Na 3 uur op Stehekin verbleven te hebben werd het tijd om de boot te
nemen die me terugbracht naar Chelan. Deze boot was groter en deed er ook iets
langer over, ongeveer 4 uur.
7 juli – Chelan – Wenatchee
Op de voicemail stond mijn nichtje Vera van 2 die me vertelde dat Hugo was
geboren. Ik had een nieuw neefje die, oh wat toevallig, net als ik op 6 juli
jarig is. Vandaag een korte trip van bijna 44 mijl. Na een stevige maar
regelmatige klim om Chelan uit te komen kwam er een flinke afdaling naar de
Columbia rivier. Langs de rivierbanken veel appelgaarden en zo nu en dan ook een
wijngaard. Wenatchee noemt zichzelf dan ook de appelhoofdstad van de wereld.
Onderweg nog een groep van 6 fietsers tegengekomen die ook mijn route reden maar
dan in andere volgorde. Van hen kreeg ik nog de tip om een kijkje te gaan nemen
bij Rocky Reach Dam. Een
waterkracht centrale langs de rivier met een tweetal musea en de mogelijkheid om
onder water de vistrappen voor forel en zalm te bewonderen. Ze hadden gelijk het
was de moeite waard en ik heb er zo'n 2 uurtjes rondgebracht. Daarna door naar
Wenatchee dat er zo'n 7 mijl van afligt. Ingecheckt bij
Motel
Economy Inn. In mijn kamer kwam ik tot de ontdekking
dat ik mijn bril en brillenkoker miste. Ik had die een paar keer gewisseld bij
de waterkrachtcentrale. Grote kans dat ik hem daar ergens had laten liggen of
dat die ongemerkt uit mijn tas gevallen is. Gebeld maar men was na vieren
gesloten en ik belde om 16.15 uur. Toch maar een taxi gebeld en er naar toe
gereden maar helaas alle personeel van het museum was al weg. Dan maar morgen
bellen en indien men het gevonden heeft alsnog langs fietsen. Dat is balen want
ik had voor morgen sowieso al een lange en pittige rit voor de boeg. En anders
het adres van Dave doorgeven met de vraag of ze de bril alsnog naar Seattle
kunnen sturen en blijven hopen dat de zon de rest van de vakantie blijft
schijnen. Want zonder zon is het lopen met een zonnebril
ook geen pretje. Onderweg wel gezellig met de taxichauffeur
gesproken over politiek, martial arts en auto's natuurlijk. Totale kosten
van het taxiritje 35 dollar. Daarna nog even het centrum van Wanatchee bekeken.
Bij enkele historische gebouwen van de stad stond wat uitleg en een foto hoe het
er in een 'ver' verleden uit heeft gezien. Met historisch
bedoel ik overigens gebouwen van begin 20e eeuw. Lekker gegeten in een grillrestaurant
al had ik daar gekozen voor pasta, salade en soep. Het eten was
goed! Jammer genoeg ben ik de naam van het restaurant kwijt maar het lag zo'n 20
minuten lopen van mijn motel en dan linksaf, richting het spoor. Daarna
nog even een biertje gedronken in een populaire bar tegenover mijn motel.
8 juli – Wenatchee –
Ellensburg
's morgens op tijd opgestaan en om 8 uur gebeld naar het visitorscentre van de
hydro dam. YES! ze hadden mijn bril gevonden en om 9 uur zouden ze opengaan .
Meteen op de fiets er naar toe. Ik arriveerde al om half 9 en ik legde de
bewaker aan de poort uit dat ik mijn bril kwam ophalen. Hij was niet te beroerd
om even voor me te bellen of ze de bril alvast naar de poort wilde brengen zodat
ik geen half uur hoefde te wachten. Een van de medewerkers, Bob, kwam al snel
met een golfkarretje naar de poort gereden. Fantastisch wat een service. Nog
even wat gebabbeld met de bewaker en toen weer terug naar Wenatchee om van
daaruit naar Ellensburg te rijden. Maar al met al heeft me deze stommiteit me
circa 12 mijl fietsen extra gekost. Vandaag zal de teller dan ook ongeveer op 75
mijl komen te staan. Het eerste gedeelte ging over Highway 2. Een nogal drukke
weg en niet echt interessant. Daarna gelukkig een afslag naar de 970. Het zou
een regelmatige klim moeten worden naar de Blewett pas (4100 voet). En dat
klopte ook. Ik ging redelijk rap en zonder veel te schakelen omhoog. Alleen de
laatste 2 mijl (van de circa 21) vielen tegen. Naast de vermoeidheid had ik op
het einde ook de wind tegen. De wind was vrij koud en ik heb voor de eerste keer
deze vakantie tijdens het fietsen mijn jasje aangetrokken. De weg zelf was mooi
met een kabbelende beek aan mijn rechterkant. Onderweg kwamen me nog 2 fietsers
met volle bepakking tegemoet. Eigenlijk kom je iedere dag wel fietsers, al dan
niet met bepakking, tegen. Maar ik ging omhoog en zij omlaag dus er was alleen
tijd voor de traditionele groet (hand opsteken). Op de top aan gekomen een
beschut plekje opgezocht om wat te gaan eten. Daarna lekker afdalen. Ook die
ging regelmatig zonder lastige haarspeldbochten. Na circa 12 mijl een afslag
waarna al snel een stevige klim volgde van ongeveer 2 a 3 mijl. Ik had nu wel
lekker de wind in de rug en soms een klein beetje van opzij. Daarna volgde weer
een afdaling die tot vrijwel tot Ellensburg zou duren. De wind bleef lekker in
de rug als moest ik soms oppassen voor verraderlijke rukwinden die me soms van
opzij hinderden. In Ellensburg op zoek gegaan naar een tweetal motels die in het
centrum van het stadje zouden liggen. Ik kwam in gesprek met een drietal
Amerikanen. Een van hun was onder de indruk van mijn Koga en de andere nodigde
me al uit om bij hem te komen overnachten. Daar ben ik maar niet op ingegaan. De
motels kenden ze niet maar ze wisten wel de straat te liggen die een stukje
verderop lag. Maar de motels zag ik nergens. Een dame in haar wagen vroeg wat ik
zocht en ik noemde de naam van de motels. Oh die zijn allebei 'knocked
down' zei ze lachend. Ah vandaar die grote parkeerplaats die ik zag liggen. Toen
maar ingecheckt in het Thunderbird Motel wat even verderop lag. 's avonds goed
gegeten in het The Palace
– Cafe en restaurant en wat gebabbeld met de bardame die oorspronkelijk uit
Montana kwam.
9 juli – Ellensburg –
Clear Lake
Om 7.00 zat ik aan het continental breakfast. Brood, cereal, jus, koffie en de
mogelijkheid om zelf wafels te bakken. Met de machine die ze hadden kon ik dat
zelfs nog. Meteen er ook maar een paar extra gebakken voor onderweg. Na eerst
een stuk over de saaie Highway gefietst hebben kwam ik op weg 821. Ik reed door
een soort canyon met aan mijn rechterzijde een riviertje, spoorlijn en hoge
bergen aan mijn linkerzijde ook hoge bergen. Wow een prachtige rit die geheel
vlak was met uitzondering van twee pittige (maar niet te
lange) klimmen Na 25 mijl was deze weg jammer genoeg ten einde en moest ik
Highway 12 volgen. De eerste 18 mijl was het een oninteressante weg. Daarna werd
die een heel stuk aangenamer met uitzicht op de Tieton rivier en een bergachtig
landschap. De weg steeg licht en ik had helaas ook weer wat wind tegen. Wat me
echter meer zorgen baarde waren de dreigende luchten en zo nu en dan gerommel
van de donder. De zon begon steeds minder fel te schijnen. Toch maar eerder
stoppen dacht ik want ik zag me zelf niet door de bergen fietsen met onweer.
Verder had ik me op de afstand verkeken en was Clear Lake
verder dan ik in eerste instantie gedacht had. Dat zou betekenen dat ik pas
tegen 17.30 op de plaats van bestemming zou aankomen. En dan moet de weg ook nog
zo blijven zoals die nu loopt. Ik verwacht echter meer stijgingen omdat ik
richting White Pass rijd en die ligt op 4500 voet. Onderweg kwam ik 2 motels
tegen maar die waren allebei gesloten en ook de camping die erbij lag was dicht.
Balen, dan maar doorfietsen. Zo'n 18 mijl voor mijn eigenlijke bestemming (Clear
lake) kwam ik wel nog een camping tegen. Een eensterren camping want niet meer
dan een toilet en een waterpomp is er niet aan voorzieningen. Nadat ik mijn tent
opgezet had en me wat had gewassen aan de waterpomp kwam het zonnetje ook weer
door. Met een beetje geluk blijft het dus droog. Wat gebabbeld met mijn buurman
Dennis uit Californie die kersen aan het inwekken was. Had die vandaag gekocht
bij een fruitstand. Ik had er onderweg ook diverse gezien. Dennis vertelde me
dat gisterenavond er slechts 2 plaatsen op de camping bezet waren. Tijdens ons
gesprek werd het echter al langzaam drukker. Vanavond zal ik wel om half 10 in
mijn slaapzak liggen en morgen vroeg opstaan zodat ik op tijd kan beginnen aan
mijn rit naar Paradise. Op deze camping is toch niet veel vertier.
10 juli 18 mijl
voor Clear Lake - Paradise Inn
's ochtends om 6.00 opgestaan. In de tent is het lekker warm maar eenmaal buiten
blijkt het nog goed koud te zijn. Mijn vingertoppen worden tijdens het afbreken
van mijn tent ijskoud. Na snel ontbeten te hebben ging ik rond 7. op weg. Ik was
gisteren stukken eerder gestopt dan eigenlijk de bedoeling was dus ik had een
stuk meer te rijden waaronder een extra klim van 20 mijl naar White Pass. Ook
deze klim ging weer geleidelijk omhoog en was weer schitterend. in 2,5 uur had
ik de top bereikt en na boven op de top een paar muffins gekocht (en opgegeten
incl. een halve liter cola) te hebben ben ik begonnen aan de afdaling. Toen ik
halverwege de afdaling in bocht doorging stond ik oog in oog met de berg Mount
Rainier. Ook wel 'de berg' of 'de weermaker' genoemd. Mount Rainier steekt hoog
boven de andere bergen uit en zijn top is geheel in sneeuw en ijs gehuld. Wat
een magnifiek gezicht. Op een parkeerplaats van het uitzicht genoten en daarna
de weg naar het National Park Mount Rainier genomen. De weg was mooi en er was
alleen nog maar toeristenverkeer. Het ging meteen omhoog. Na een mijl of 5 bleek
dat de weg naar Paradise was afgesloten voor alle verkeer want de weg was
verzakt. Ze lieten een paar foto's zien. Met de fiets was daar best langs te
komen. Er kwamen nog 2 wielrenners aan en we besloten het te proberen. Eventjes
verder was een roadblock met een vriendelijke dame. Volgens haar moest het
inderdaad wel lukken maar eigenlijk mocht het niet. We reden door. De 2
wielrenners (zonder bepakking) waren al snel uit het zicht verdwenen. Langzaam
ging de klim omhoog en na circa 7 mijl kwam ik bij de herstelwerkzaamheden. De
bouwlui waren niet echt amused toen ze me zagen maar lieten me toch door. Snel
daarna kwam een korte afdaling tot een canyon waarna de weg weer flink omhoog
ging. Vooral de laatste 5 mijl waren pittig en gingnen door de eeuwige sneeuw.
Bij Paradise lag een hotel de 'Paradise Inn'. Helaas waren daar al alle kamers
vol. Op zoek naar wat anders dus. Gelukkig ging het nu naar beneden. Onderweg
kwam ik nog een ander hotel en een camping tegen. Die waren ook allebei al vol.
Tsja het was vrijdagnamiddag en het weekend was begonnen. Pas toen ik het
nationale park uitreed (richting....) kwam ik meteen bij de ingang een motel
tegen die plaats had. Het was ondertussen al bijna half zes dus maar niet meer
verder gezocht. Gelukkig hadden ze plaats en er was ook nog een restaurantje
bij.
11 juli – Paradise – Lacey
's ochtends om 8 uur op weg naar Lacey. Ik ga op bezoek bij een oud collega van
mij van de toenmalige AFCENT. De weg is niet meer zo interessant als gisteren
maar het schiet wel lekker op. Het is vnl. vlak en afdaling en zo nu dan toch
nog een pittige klim. Onderweg kom ik nog in een peleton van duizende
toerfieters terecht die onderweg zijn van Seattle naar Portland. In Lacey
aangekomen heb ik met behulp van mijn Iphone het huis van Lisa en Dave Emeott al
snel gevonden. Maar ze zijn er niet. Gelukkig had ik hen 06 nummer en ze bleken
met familie in Seattle te zitten. Haar sms naar mij toe was echter bij mij niet
aangekomen. Tegen 8 uur 's avond zouden ze terug zijn. Dus moest ik me nog een
paar uur zelf amuseren. o.a. met het bekijken van een baseball wedstrijd en gaan
eten bij een lekkere Italiaan. Daarna werd ik hartelijk ontvangen bij de Emeotts.
In de tuin rond het kampvuur gezeten en een paar biertjes gedronken.
12 juli -
Lacey / Olympia
Vandaag wat langer geslapen en daarna een touretappe op tv gekeken. Toen op weg
naar Fort Lewis. De militaire basis waar Dave werkt. Ze hadden daar o.a. ook een
legermuseum
met
vele relikwieën uit het diverse oorlogsverleden van de V.S. waaronder een deel
van een standbeeld van Sadam Hussein. Samen met Dave daarna naar een groothandel
gegaan voor outdoor artikelen,
Cabela's
genaamd.
Tijdens het kamperen merkte ik dat mijn slaapmatje niet echt lekker lag dus daar
maar iets nieuws gekocht. De winkel was ongeveer zo groot als de IKEA in
Heerlen met allerlei soorten spullen van wandelschoenen tot pistolen. Na de
winkel verkend te hebben zijn we nog door Olympia gereden en hebben het Capitool
bezocht. Toen op weg naar huis voor het avondeten. 's avonds lekker huiselijk
nog wat spelletjes gedaan. Een soort mens erger je niet. Won ik ook nog 3 van de
5 potjes. Lisa dreigde al dat ik maar in het hondenhok moest gaan slapen :-)
13 juli Lacey - Potlatch
's morgens op tijd weggereden. Het was nog bewolkt maar het zou later op de dag
opklaren. In Lacey reed ik al meteen verkeerd en ik kwam er pas na 15 minuten
achter. M.a.w. weer 15 minuten terug. Daarna was ik snel in Olympia maar ook
daar ging het mis. Ik volgde trouw de bordjes van Highway 101 maar ik zat toch
op een gegeven moment verkeerd. Waarschijnlijk een afslag gemist ergens zodat ik
al ver uit Olympia was maar niet in de
goede richting! Toen weer terug via een andere weg. Toen ik Highway 5
weer teruggevonden had zou het nog maar 3 mijl naar de afslag naar de 101 zijn.
Helaas mocht ik Highway 5 als fietser niet op. Dan maar evenwijdig rijden, zover
dat ging, aan Highway 5. Higway 5 en de 101 werden toen samengevoegd maar ook
die mocht ik als fietser niet berijden. Lastig! Dan maar weer proberen
evenwijdig met de Highway te rijden. Mijn weg ging echter steeds verder weg van
de Highway. Na enige tijd toch een bordje verwijzend naar de 101 tegengekomen.
Het was nog een flink stuk rijden totdat ik weer de oprit naar de Highway
bereikte. Maar zou ik er wel op mogen? Ja gelukkig hier was fietsen wel weer
toegestaan. Al met al had me dit toch zeker een uur extra rijden gekost.
Ondertussen begon het ook licht te regenen, wat gelukkig als snel weer stopte.
Na de plaats Shelton besloot ik toch nog maar wat door te rijden. Ik reed nu
door een gebied waar veel indianenreservaten liggen. Het was er armoediger dan
ik tot nu toe gewend was. Overal stonden kraampjes langs de weg waar je vuurwerk
kon kopen. Onderweg kreeg ik nog regelmatig te maken met lichte miezer regen die
gelukkig ook altijd weer snel stopte. Uiteindelijk ben ik vlak voor het plaatsje
Potlach gestopt en geslapen in 'The
waterfront at Potlatch'. 2 mijl verderop, in Hoodsport, 's avond gegeten in
een Mexicaans restaurant en nog wat gedronken in de plaatselijke bar. Wat
gebabbeld met enkele locals en in het donker weer terug naar het resort. Ik was
blij dat ik de batterijen van mijn fietslamp had vervangen want op deze donkere
weg kwam die wel van pas.
14 juli Potatch – Port Townsend
Via een mooie, glooiende en slingerende weg ging ik op weg naar Port Townsend.
Zo nu en dan kwam er een korte maar pittige helling. Twee keer kreeg ik echter
te maken met een flinke klim. De eerste tussen Brinnon en Quilcene en de tweede
toen ik de 101 verliet en de afslag naar Highway 20 nam. Onderweg kwam ik Victor
tegen. Hij was ook op de fiets en toerde door de VS. Oorspronkelijk kwam hij uit
Litouwen maar was als 16-jarige na de tweede wereldoorlog naar de VS
geďmmigreerd. Victor was al 78 jaar fietste dus nog elke dag. Ik vroeg me af of
ik over zo'n kleine 40 jaar nog steeds dit zou kunnen (of willen) doen. In Port
Townsend aangekomen doorgereden naar Fort Worden State Park, zo'n 2mijl van de
stad, waar een jeugdherberg lag en indien er geen plaats zou zijn ook een
camping. Port Townsend is namelijk zeer toeristisch en de prijzen van de hotels
liggen dan ook vrij hoog. Gelukkig was er nog plaats in de jeugdherberg maar het
kantoor was pas om 17.00 uur geopend en ik moest dus 1 uur wachten. Geprobeerd
wat te lezen maar ik dommelde al snel in. Om 17.00 ingecheckt en gedoucht.
Daarna wat liggen dommelen op bed. Om een of andere reden was ik moe. Toen op
weg naar de stad om een hapje te eten en ik belandde in het
Silverwater Cafe. Een aanrader! Goede kwaliteit en een uitstekende
bediening. En ook de ruimte zelf was perfect en gezellig. Daarna nog wat gaan
drinken bij Maxwell's Brewery & Pub. De bartender wilde me alleen wat serveren
als ik mijn paspoort kon laten zien. Dat vind ik nog eens een compliment zei ik
met een grijns tegen hem. Ik ben al 41 hoor. In de VS mag er namelijk geen
alcoholische dranken geserveerd worden aan mensen beneden de 21. Aan de bar kwam
ik in gesprek met Don die zijn eigen zaak op aan het zetten was, boeken en films
schreef o.a. de laatste film van Indiana Jones had hij eigenlijk geschreven maar
hij had het script al in een vroeg stadium doorverkocht, hij wilde verder van
zijn vrouw af, had in Gothenborg (Zweden) gewoond en
vertelde me nog veel en veel meer. M.a.w hij was eigenlijk in gesprek en ik
luisterde. Zijn vrouw belde hem nog op waar hij bleef en ik hoorde hem glashard
liegen dat hij niet in een bar zat maar in een restaurant en dat hij echt niet
aan het drinken was :-) Na zo'n 45 minuten naar zijn
monotoon geluisterd te hebben ging hij er vandoor. Daar was ik niet echt rouwig
om. Even later zelf ook maar gegaan want ik kon mijn ogen nauwelijks open
houden. De fietsrit naar Port Townsend had me schijnbaar toch veel energie
gekost. Het ritje naar de jeugdherberg was nog behoorlijk pittig want het ging
nog goed bergop.
15 juli – Port Townsend
's morgen goed maar eenvoudig ontbeten in de jeugdherberg. Er was een soort
puree van erwten en rijst en zelf gebakken brood. Het was gezellig aan de
ontbijttafel. Diverse soorten mensen van ouderen die alles hadden achtergelaten
en rondtrokken door de VS tot studenten uit Engeland en uit het nabij gelegen
Olympia. Na het ontbijt het fort bekeken. Fort Worden is gebouwd in 1900. Er
liggen nog veel historische gebouwen rond een exercitie terrein. Het fort heeft
nog dienst gedaan als decor voor de film 'an
officer and a gentleman'. Daarna doorgelopen naar Port Townsend. Dit kostte
me meer tijd dan verwacht maar onderweg kon ik wel al wat pittoreske villa's
bekijken. Port Townsend was vroeger in een concurrentieslag verwikkeld met
Seattle wie zich zelf de belangrijkste haven van dit gebied kon noemen. Seattle
heeft dit uiteindeijk gewonnen. In Port Townsend lijkt de tijd een beetje te
hebben stilgestaan. Er zijn nog veel houten huizen in Victoriaanse stijl te
zien. Verder is Port Townsend vrij toeristisch met veel winkeltjes,
restaurantjes etc. Na een paar uurtjes had ik het wel gezien. Nog even de bieb
bezocht en mijn e-mail gecheckt en eindelijk de ansichtkaarten gepost die ik al
een week bij me droeg. Toen de bus teruggenomen naar de jeugdherberg. 's avonds
met Bruno, een Parijzenaar gegeten.
16 juli Port Townsend – Seattle
Tegen half 9 vertrokken en afscheid genomen van Bruno en Josh Martin. De laatste
was bezig met zijn eerste roman. Een phantasy/avonturen roman. Ik ben benieuwd
of ik hem nog in de bibliotheek zal tegenkomen. Eerst zo'n 30 mijl fietsen naar
de veerpont bij Kingston die me naar Edmonts zou brengen. Vanaf daar is het nog
maar een korte rit over de Highway 99 naar Seattle. Het begin was een mooie rit.
Onderweg kwam ik nog een grote stoommachine tegen die toentertijd gebruikt werd
om het kaf van het koren te scheiden. Indrukwekkend, ik wist niet dat men dit
ook al gebruikte toentertijd. Helaas was de batterij van mijn fotocamera op dus
kon ik er geen foto van maken. Bij wegwerkzaamheden nog eventjes gesproken met
een verkeersregelaar die de wegwerkers ondersteund. Haar voornaamste taak is het
omdraaien van het verkeerbord 'stop / slow'. Zij had 's morgens dezelfde
veerboot genomen die ik zou nemen en ze was er zeeziek op geworden. Toen ik zelf
op de boot zat vroeg ik me af hoe ze dat klaargespeeld heeft want de zee was als
een spiegel en de overtocht duurde circa 20 minuten. Voordat ik bij Kingston
aankwam nog gereden over de indrukwekkende lange Hood brug. Vroeger was ook hier
de overtocht door een veerboot geregeld. Eventjes verder geluncht aan een
kiezelstrand waarna ik nog 8 mijl moetst rijden tot Kingston waar de veerboot
naar Edmonts zou vertrekken. Bij de veerboot aangekomen kon ik meteen
doorrijden, ik was de laatste die er op mocht. Dat was weer een meevaller. In
Edmonts volgt nog een flinke klim naar Highway 99 en daarna rechtstreeks door
naar Seattle. Highway 99 is een drukke weg maar toch goed te befietsen door de
brede vluchtstrook. Alleen voor het afslaande verkeer en het busvervoer moet je
nog goed oppassen. Tegen vieren aangekomen bij het huis van Lisa en Dave. Hun
zoontjes Ethan en Jaxon waren samen met een aantal buurtkinderen aan het spelen
met hun waterpistolen. Ik was natuurlijk een dankbaar slachtoffer. Tracy een
vriendin van Lisa was ook aanwezig en was ook al een echte fietsfanaat die zo
ongeveer het gehele Amerikaanse peloton scheen te kennen. Ze had ook regelmatig
in Europa professionele fietswedstrijden bijgewoond. 's
avonds was het pizza-time en heb ik Dave wat geholpen met
het leggen van graszoden. Daarna nog de touretappe bekeken. Enorm veel reclame
tussendoor. Zelfs tijden de finale werd er rustig een reclameblok van 10 minuten
er tussendoor gefietst. Vreselijk!!
17 juli Seattle
's ochtends samen met Lisa en de kids naar de
outdoorstore REI
in downtown Seattle bezocht. Er was o.a. een enorme klimwand. Meteen zelf
ook maar wat zaken gekocht zoals winterhandschoenen voor op de fiets,
overschoenen, wielersokken en nieuwe frontrollers (fietstassen) van Ortlieb
gekocht. Deze zaak beviel me beter dan Cabela's want deze was
wat vredelievender. Cabela's was ook erg gericht op jagers en beveiliging. Niet
zo gek natuurlijk zo vlak bij Fort Lewis. Daarna bij het werk van Dave
langs geweest waar ze zojuist begonnen waren met de
kwartaal lunchvergadering. Bij de Amerikanen is lunch natuurlijk een barbecue,
salades en corona's. Lijkt me geen slecht idee om dat ook
bij Centre Céramique in te voeren. 's middags
Gregg's
Cycles bezocht, de wielerzaak waar Dave jarenlang gewerkt heeft.
Indrukwekkend hoeveel keus men had. Hoogtepunt was toch wel een Piranello Prince
die helemaal uit carbon was opgebouwd. Hier nog een wielershirt gekocht met een
afbeelding van Seattle incl. de Spaceneedle. Dat noem ik nog eens een mooi
souvenir. De zaak lag vlakbij het prachtige Lake Greenwood. Nog even aan de
waterkant gezeten en toen naar huis teruggelopen. Onderweg nog even een
supermarkt bezocht en wat inkopen voor de familie Rider gedaan. Daarna de fiets
ingepakt in een fietsdoos. Die was een stuk kleiner dan die van de KLM dus ik
moest nogal wat uit elkaar schroeven. Dat wordt in Amsterdam nog flink werken
voordat ik weg kan rijden. 's avonds pasta gegeten en daarna nog was graszoden
gelegd en de alles goed gesproeid. 's avonds weer de touretappe gekeken. Maar
dat viel niet mee want de einduitslag viel pas om kwart voor twaalf. En die
onvermijdelijke reclame maakt het slaapverwekkend, Ik heb Dave beloofd dat ik
hem de link van de NOS zal toesturen waar hij de tour zonder reclame kan
bekijken. Voor het slapen gaan nog zoveel mogelijk mijn tassen ingepakt.
18 juli – Seatte -
Amsterdam
Dave bracht me na het ontbijt naar het vliegveld. Het inchecken ging rap en
binnen 45 minuten zat ik bij de gate. Laat de vlucht maar komen!
Na een voorspoedige vlucht op zondagmorgen 19 juli geland. De fiets in elkaar
gezet en meteen per trein doorgereisd naar Heerlen.
|